Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6o I. LEERREDE over

den Godsdienst, op den ondragelyken hoogmoed van een party pedanten, die ons willen verpligten hunne wartaal blindeling te geloven , te tekenen , en dan al ons leven zoo te denken als zy gedaan hebben, en onze Rede

en ons verftand te verloogchenen ! Van

hier een blinde haat tegen de Euangeliedienaars , en een afkeer van alle geregeld en

grondig denken in het Godsdienstige wat

men ook invoert, hoe grondig en gewigtighet is, men legt het met veragting ter zyde; men veroordeelt het, zonder het eens te onderzoeken! -—alles moet fmaak, wysgeerig, nieuw, en in een vryen trant gefchreven en gezegt wezen , of men agt het te gering om te lezen

cn te hooren ! Ongelukkige menfchen,

die zoo niets dan hun' eigen' fchande opfchuimen, en hun' losfe denkwyze ten klaarften aan den dag leggen! die zig bezig houden met fchimpen, terwyl zy moesten onderzoeken ; met lasteren , daar zy moesten geloven! —> Vooral ongelukkigen! die hunne gaven , hun vernuft en verftand te koste leggen om hunne mede menfchen te verleiden, hun een fchadelyke losheid van geest in te boezemen, en hen van de zuivere en heilzame leer des Euangeliums af te trekken! hoe misbruiken zy

de vermogens, die God hun tot beter einden fchonk! wat zullen zy te verantwoorden hebben.

Sluiten