Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jo6 II. LEERREDE over

zen bewyzen niets: de tegenwerping mist alle . fcragt, en de vermeende verwarring is alleen wezenlyk in de beprippen der tegcnftanders.

3. Wy toonden in de derde plaats, een geloofsregel moet klaar en eenvpuwig Zyn. Deze hoedanigheid kan aan den Catechismus niet ontzegt worden. De taal, die

hy fpreekt, de befchryvingen,, die by geeft, de bewyzen die hy voorftelt, alles is, over 't geheel genomen , ten uiterften duidelyk en verftaanbaar voor ieder, die flegts eenige oplettendheid gebruikt. Hier vind men geene fchoolfehe wartaal, geen duistere bepalingen, onderfcheidingen, en zegswoorden uit de midden eeuwen, die de byzondere flelzcls van veele Godgeleerden zoo zeer ontfieren, en tot een doolhof van verwarring maken. Hier verfehynt de naakte waarheid, onopgefmukt, onverdonkert. Hier bedekt men haar nimmer me*- niets betekenende fpreektermen , nooit ontwykt men haar agter ydele uitvlugten en beu. zelagtige woorden ziftery! ieder kan haar kennen en eerbiedigen! de edele eenvouwigheid, die altoos haar kenmerk is, mist niet, haar aan te wyzen, en den onbevooroordeelden be-

fchouwer te doen gevoelen „ dat is zy!" .

Het is waar, men maakt hier wederom eene bedenking: men zegt namenlyk „ dat er hier

„ en

Sluiten