Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 TI Mi' I. 13. 139

tuigend, teder, en onweéïftaanbaar ƒ— Dan zal men ons met genoegen hooren , het Catechismus prediken zal deszelfs verloren' agting herwinnen, en met graagte bygewoont worden, en wy zullen gelegenheid hebben, om voor waarheid en Godzaligheid gelukkig te arbeiden! —■ •— Zoo , myne geliefde

Broeders! zien wy den weg-tso^goede! wekken wy nu onzen yver op, om dien-met meer oplettendheid en lust te bewandelen! zyn wy doof voor de Item van vooroordeel, gemak, gewoonte, en luie vadzigheid ! hooren wy alleen, wat onze pligt, wat ons werk, wat de eer van den Godsdienst, het belang onzer Schapen, én de dag die ons rekenfehap van ons doen zal afvorderen r ons op dit ftuk béveelen; en gehoorzamen wy derzelver billyke roeping! —- Dan zullen wy dit ons werk hccrlyk maken, en 'er zal loon naar arbeid wezen ! (*)

/ ' D. Maar

(*) De Lezer ziet, ik fpreek hier, naai het hoofdoogmerk myncr Leerrede, alleen van de prediking van den

Heidelbergfchcn Catechismus daar ik ze deed , ter

voorbereiding tot dezelve, was het de plaats aiet, om'ray in te laten over het Catechizeer gebruik van dat werkje;

zoo als het in Kerken en fehoolen daar toe en ook als

een hand boek voor de eerst beginnende jeugd, gebezigc word.

Sluiten