Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

REDENVOERING. 7

beftrijders, 't is hoogstnoodig, met de uiterfte omzichtigheid daar in te werk te gaan.

In 't betoog der waarheid van dien Godsdienst moet men nu niet meer eenige bewijzen ontleenen, o/uit zoodanige verdichtfelen der Heidenen, die, in onzen tijd, niet alleen bij de vijanden, maar ook bij bedachtzaame voorftanders van 't Christendom, niets afdoen; of uit zulke plaatfen van Griekfche en Romeinfche fchrijvers, wier waare beduidenis onzeker is, en die zelfs geheel wat anders, dan fommigen zich weleer verbeeldden, te kenjien geven; of uit verdichte ftukken, die op naam van Je sus, zijne Apostelen en van anderen, gaan, doch voor wier echtheid niemand, ten zij onkundig of bijgeloovig, langer durft inftaan; of, eindelijk, uit deze en gene fchriften der Kerkelijke Oudvaders, die wel derzelver naam aan 't hoofd hebben, doch, eerst in latere tijden opgefteld, A 4 uit

Sluiten