Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12 REDEN VOERING.

fchriften, aan Seneca, Pilatus ( c ) en dergelijken toegekend, en door fommige Christenen onbedachtzaam op een' hoogen prijs gefield; ten voorbedde mogen ftrekken de brieven, tusfchen den gezegenden Verlosfer en Abgarus, Koning van Edesfa, gewisfeld, die nog voor handen zijn (^), en door veele voornaame Mannen, zelfs ook in deze eeuwe, zeer belangrijk O) geoordeeld werden, als onwraakbaare getuigen van den uitgebreiden roem van Christus en zijne wonderwerken. Daar dit tén onrechte gefchiedde j gelijk de kundigfte kerkelijke gefchiedfchrijvers (ƒ) en andere voor-

naa-

O) J. A. Fabricii Codex Apocryph. N. T. Eufebius lib. i. Hifi. Eccl. cap. 13.

(<?) Grabe tom.i. Spieilegii Patrum, pag.i-iz, 313 — 326; AJfeman in Biblioth. Oriënt, tom.ï, pag. 317, 420, 421, 554, torn. II, pag. 392-394, torn. in. part. 11, pag. 8; Bayerus in Ilifioria Edesfcna et Osroëna, lib. III, pag. 109.

(f) Spanheim , Natalis Alexatukr , Mosheisn, Venema, Schrocckh.

Sluiten