Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

REDENVOERING. 27

behooren, dat hetzelve, bij het gelooven of loochenen dezer leerftellingen, ftaa of valle, en tusfchen zulke waarheden, die, hoe zeker anders, jn geen onmiddelijk verband met het wezen van 't Christendom ftaan, of die van beide zijden met waarfchijnlijke redenen kunnen betwist worden, of die niet met duidelijke woorden in de Heilige Schrift geleerd, maar bij gevolgtrekkinge daar uit afgeleid worden. Het is even dwaas, te ftellen, dat alle waarheden voor grondwaarheden der Euangelieleere te houden zijn, en te zeggen, dat 'er zoodanige grondwaarheden of in 't geheel niet zijn, of dat zij met geen zekerheid kunnen opgegeven worden. Kan hij, bij voorbeeld, geoordeeld worden den geopenbaarden Godsdienst te gelooven met zijn hart, en oprechtelijk met den mond te belij» -den, die het Opperwezen niet eerbiedigt als den Drieéénen God? Verdient hij den naam van een' Christen % die Christus niet houdt voor den

be-

Sluiten