Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorrede, m

hunne fchimmen fpoken nog, dag en nagr, zoo wel in de wooningen, tempels en Raadzalen der Nederlanders als der Duitfchers; "en de, niet zelden in vermilioen en goud uitgedoste, Werken-van Semler, Steinbart, Tolner, Lesfing, Priesthy, Evanfon, Barht enz. hebben, aldaar en hier, de boekvertrekken van clen nieuwften fmaak ingenomen, en vele der beste Godgeleerden en Zedemcesters naer de tafelen der Uitdragers en Lorverkoopers verbannen. Dever-

me-

„ rige ware eerbiedigere van Jefus insgelyks tot afvallige en bondbreekers te maken, tot den hemel te ver„ heften, en de zodanige als de waardigfte leden der menfchlyke Maatfchappy, als lichten der wereld, als „ toonbeelden van deugd aanpryzen. Is een flaauwe „ en dubbel/innige verklaring, dat men aan hunne be„ zondere gevoelens geen deel neemt, toereikende,om „ die groote, door de hun opgeofferde dikwylszowalg,, lyke pluimftrykeryen, gegeve ergernis weder goed 'te , maken? welk een ongelukkig noodlot voor een Wool„ (Ion, Dippel, Edelman, en andere foortgelykeLich„ ten, dat zy in onze dagen niet leven. Men zou ze vergoden!

„ Doch Jefus leeft, en de uir zal komen, dat \-]y „ zyn eer, tegen zyne onmiddelyke en middeiyke,

tegen 'zyne openlyk verklaarde en hehnelyke Vyan» „ den, heerlyk zal uitredden.

Sluiten