Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 79 )

van hen echter waarachtig 't geen Petrus, reeds van de Spotters van zyn tyd, zegt: zy lasteren, 't geen zy niet verflaan (*). Zy hebben zich nimmer toegelegd. op de kennis der waarheden van den' Christelyken Godsdienst. Nooit hebben zy iets van derzelver kragt aan hunne zielen ondervonden. Zy zyn ook nimmermeer overreed geweest, dat Godzaligheid en deugd de grond en bron is van alle vyare gelukzaligheid. Hunne hoogfte wysheid beflaat in die eene grondftelling van al hun denken en handelen: volgt in alles de begeerlykheid uwes vleeschs. Deze Helling, welke zelfs den Heidenen, by 'c fchcmcrlichc der natuur, een gruwel is geweest, wordt, in den Godsdienst van Jefus, veroordeelt met een Godlyke kragt. Een hemelfche Oppermagt vordert daar in de kruifiging cn doding van het vleesch met alle deszclfs lusten en begeerlykheden. De dood wordt 'er in bedreigt aan de geenen, die naar den vleefche wandelen, tcrwyl het leven toegezegd is aan hun, die door den Geest, de bewegingen des vlecsches doden. Uit deze tegenstelling ontdekt zich van zelf, de onreine en verfoeielyke Bkon der heilloze vyandfchap tegen Jefus en zyne leer. Want tot beden toe heeft een onafgebroken ondervinding d© waarheid bevestigt van 't geen de. evengernelde

Apos-

(*) 2. Pet. Iï. 12,

Sluiten