Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

' /

tio)

Anderen hebben met eene abelheid, die egter den Goda-e leerden niet alleen eigen b, eene kleine verandering &Mv zij t noemen, gemaakt, en aan de woorden juift een'tëeengeftelden zin gegeven: Ik zeg u, dat God hun haaueUik recht zal doen, ten ware de zoon des menfchen, komende geloove op aarde vond. ' De eenvouwige meening: vanjEsusondertusfchenis: In

" v-'m tI]dJ ™j,n/.er ™ komen zal> om h« rijk van waar„ heid en deugd ééns op aarde te doen bloeien, zal dat «3„ loove, het welk bellaar in een vertrouwen op God en „ eer, lijdzaam wagten op zijne trouwe en goedheid in 'tver. „ vu len van alle zijne beloften, vrij algemeen ontbreken." Dat dit de waare zin is, blijkt uit den aard der Griekfche laai, en wanneer men deze woorden in verband met liet

yoonge leeft Bij gelegenheid van zekere vraag der

hartzeer, wanneer het Koningrijke Gods komen zoude! luc. XVII: 20. welke hij hun, hunne vooröordeelen tegengaande, zoo beiindwoordde, dat zij vrugteloos wagtten naar de komst van het Godsrijk, alzo het, geestelijk zijnde, in hun midden was, daar Hij, de Koning in 't rijk der waarheid onder hen verkeerde; wilde jfusus echter zijnen Leerlingen nader onderricht geven, en hun blijde uitzigten in 't toekomende openen. Zijn Rijk, fchoon eigenlijk van een geestelijke natuur, zou nogrhans ééns luisterrijk zich vertonnen. Hij, de zoon des menfchen, hadt zijnen dag, in welken Hij zoo heerlijk, zoo fchitterend, zoo ontzaglijk zou zij 11, gelijk de blikfem, die van V één einde onder den He. ;»el blikjemt, en tot het ander onder den Hemel fchijnt wanneer Hij, zoo ver'er volken woonen, zal'geëerbiedigd worden; evenwel zou dit geen plaatshebben, dan na dat hijveel lijden hadt doorgeftaan en van de ïooden verworpen was geworden, e. z. v. Men kan dan ligteHjfe uit zijne woorden belluiten, dat de zegepraal van waarheid, godsdienst en deugd op deze wereld eerst na veele eeuwen te gemoete kon gezien worden, wanneer het plan der Godheid inet het menschdom zal blijken loutere goedheid , verheven

wijsheid te zijn. _

Om den deugdzamen verëerer van God tot aanhoudend bidden en geduldig in>*agten, tot het recht beoefenen van zijn geloof en vertrouwen op den Albeltuurer op te wekken , voegde jfsus , de godlijk-Wijze, 'er eene gelijkenis bij j.uc. XV1IL 1. e. z. v. Hij ftelt een geval van eenen onrechtvaardigen Rechter in zekere ftad, die God niet vreesde, en geen mensch ontzag; die echter, door het geduJrig

aan.

Sluiten