Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C » D

noemt, en welke hij vergelijkt bij den bükfem, die door den enntlchen Hemel fchittert, zoo fpreekt hij ongetwijfeld van die gehikkige tijden, in welken het Euangelie der waar. heid ééns kracht zal oefenen, en het menschdom, ond^r het liefderijk beftuur en den zaligenden invloed van je'sus waarheid, godsdienst, deugd en liefde zal betrachten, terwijl God, door het ffraffen van alle werkers deront'erechti»heid , zijnen uitverkoorenen recht zal doen ; een tijdperk, daar het g antfche Schepzel zuchtend naar verlangt, en wij voo'rnanm'ijk, die de eerftelingen des Geestes hebben.

Voor dezen tijd zal een algemeen verval plaats hebben een gebrek aan het waar levendig geloof, werkzaam doorde

liefde. De zoon des menfchen, nis hij komt, zal teen

geloove vinden. Onmogelijk kan dit bedoelen , dat" het menschdom dien grooten Koning , als hij zóó doorluchtig kbipt, gelijk de blikfem, zou miskennen, in regendeel zelfs zijne vijanden zullen zich dan, hoewel geveinsdelijk,aan Mem onderwerpen moeten. Neen —» dit geloove is hier zulk een beftaan van lijdzaam en biddend vertrouwen op de goede zaak van zijnen godsdienst en recht, en op de waarheid trouwe en rechtvaardigheid van den Rechter van allen , hoedanig de Weduwe in de gelijkenis uitoefende. . '

Naar de tijdmerken, in 't Bijbelboek bepaald, beleeven wij den tijd, welken onze Heiland hier op het oog hadt en regelrecht bedoelde, den tijd, in welken het waar Christenoom ontbreekt, en her gelefjf der Heiligen genoegzaam niet gevonden wordt. „ Wij wagten op het licht, maar ziet, „ daar is duisternis, op eenen grooten glans, mtesH wij wan' „ delen in donkerheden." De weinige waare Vrienden van den godsdienst , die nog hier of daar overig zijn, heffen allen over het algemeen verval weeklagten aan, en dit verval is ongelijk grooter en algemeener, dan menig ij veraar zich zeiven verbeeldt.

Ons hart, geflemd tot menfehenmin, is niet gefield om dit breedvoerig te betoogen, het lust ons niet, 'treurige en afzigteüjke tafereelcn te fchetzen; doch, daar ons doel is onze medemenfehen te waarfchuwen , om zich uit dezen overfrroomenden vloed te behouden , en medé te werken tot heritel der vervallen zaaken van den godsdienst, mogen noch-

moeten wij niet veinzen. Een fcherpe vlijm, te pas-

fe gebezigd, heeft wel ééns den Lijd;r behouden.

Foor eerst dan ; niemand, die nog eenigen eerbied voor den Godsdienst, die 't heil der Stervelingen in zich bevat voor dcu gezegendfter. aller GodsdieufLn, in zijn'boezem

koe-

Sluiten