Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O)

op aan, dan ontbreekt 'er die verèïschte oprechte gemoeds. geilalte ; doch dit zou eene verwerring in het oneindige voordbrengen , en men kan dezelfde zvvaarigheid maaken tegen deze gemoedsbewegingen als tegen die werkzaamheden. . Ja, indien de wezenlijke geloofsdaad beftaat

ïn willen, komen, zoeken , begeeren enz. dan worden wij gerechtvaardigd door onze Werkzaamheden; — men zegt wel, het geloof verdient niet in de rechtvaardigmaaking , maar het is een inftrument; — zoo is 't, het geloof ontvangt de gave der rechtvaardigheid en fluit zich zeiven uit, voor zoo ver het een wérk is; als men dit nu ook van de wetkzaamheden kan zeggen, gelijk men moet zeggen, dan blijven het geen werkzaamheden meer, om dat het geloof, ïn dit opzicht, als ontvangende, als de gave zich toeëigenende en niet als werkende begrepen moet worden. — En, om nog ééne reden voor alle andere te noemen; het waare geloof moet voordbrengen eene waare dankbaarheid en moet een vrugtbaar begrnfel zijn van goede werken; maar dit kan «mn van die werkzaamheden nimmer verwagten; want de Waare dankbaarheid moet gefchieden voor de verlosfing, die in christus jesus is; nu kan uit deze werkzaamheden geene andere dankbaarheid ontdaan , dan door die overdenking, dat'er ook voor ons in 't bijzonder nog een middel 5» ter zaligheid , en dat God deze zaligheid aan zommigen wil fchenkcn; het welk egter in geenén deele genoeg, zaam is. De waare verheerlijking van en de zuivere liefde voor God moet geoefend worden , om dat God ons eerst heeft lief gehad», maar uit deze werkzaamheden kan geene andere liefde en verheerlijking ontftaan, dan dat God ook nu aan ons het middel der zaligheid aanwijst, en dezelve Vóór ons mogelijk en verkrijgbaar maakt. Wij moeten om deze redenen dergelijke gedagten van

het geloof t' eenemaal afkeuren. f Iet wezen van

het geloof, zegt de Heidelbergfche catechismus, be-

fttat

Sluiten