Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

GODSDIENSTVRIEND.

Trooitet, troostet mijn volk.

Jes. XL: i.

VERPLIGTING TOT HET GELOOF.

XlTij beloofden onlangs, aan pia, over welke wij aan'V doening van mededoogen en liefde hadden, te zullen gedenken. Zij heeft ons fpoediger dan wij verwagt hadden > onze beloften herinnerd, en ons in eenen Brief op het eniftigst om onzen raad en beduur verzocht; wij hadtien reeds een ander onderwerp ter behandeling in dit Vertoog vastgedeld, doch wij gedenken aan het bevel van onzen God » het welk wij als christenen en leeraars van christenen boven alles dierbaar moeten fchatten, troostet, troostet mijn volk f —— De liefde tot onzen evenmensch en medechristen fpoort ons ten derkden aan ■ en het voorbeeld van den grooten Herder der fchaapen, die zijne hand tot de kleinen ■wendt, die de lammerkens in zijne armen vergadert, en in zijnen fchoot draagt, en de zoogenden zagtkens leidt , doet ons geen oogenbük aarzelen, om, met ter zijde delling van andere dukken , eene godvruchtige pia den heilweg des geloofs aan te wijzen , en volgends de gronden der troostrijke euangeiileer alle hinderpaalen op te ruimen. *—■ Ziet hier haaren Brief, en ons andwoord op denzelven.

Sluiten