Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ reeds in 't teder bartjen ontdoken is. —— Dus zal mija

lieveling reeds vroeg met mij op de paden der deugd vvan,, delen. — Hoe juicht mijn hart in dat vooruitzicht! —• „ daar, daar zal ik hem aanmoedigen in deugd, in god,, vrucht — door het geluk van een' christen — den za„ hgen hemel —■ de kroon der overwinning — het groote ,, goed — dat — dat alles zal ik hem, in de bevalligfte „ kleuren, vertoonen. — Zoo zal ik u, lieveling van mijn ,, hart! tot eene waare volkomenheid vormen — zoo zal ik „ u tot God heen leiden, van wien gij mij ook zijt aanbevo„ len.Welk cenTriumf zal het voor mij zijn,u op dengroo. „ ten plegtigen dag aan uwen Schepper voor te dellen, wiens „ genade mijne trouwe poogingen onderdeund, en mij tot ,, een nuttig werktuig', om zijne eer op deze aarde te be„ voorderen, gemaakt heeft!"

Zóó dagt Julia — zóó volvoerde zij haar voornemen.

« De heinel begundigde hare poogingen en haar

zoon wierdt een waardig lid van de wereld der genade en die der heerlijkheid.

Dan'er zijn duizenden van menfchen, die wel geen dweepachtig, toch alleen maar een oppervlakkig, onderwijs in den godsdienst genoten hebben. —— Dezulken (die ik beoog) hebben eenige waarheden in het geheugen maar niet in het verdand; zij zijn getrouw in hunne pligten, cu vijanden van alle godloosheden. — Deze menfchen hooren dikwerf, dat

ze bekeerd, veranderd moeten worden dat denkbeeld

begint in hun te werken zij worden onrustig «*•

droefgeestig en zoeken alomme naar redding

Tot hun ongeluk komen ze bij verdandelooze leidslieden,

bij dweepers. Dezen maaken die treurigen nog be-

naauwder, zij moeten nog verder komen — als op

den rand der hel — zij kunnen 'er den dempel niet opzetten — zij plaagen deze ongclukkigen met coufcienuegevallen — het moet zóó en zóó hoog gaan, eer ze tot jesus kunnen of mogen komen. Dus vervallen deze menfchen van de eene bekommernis in de andere — zij worden bitter bedroefd deerlijk verlegen • zij beginnen te wanhoopen, en gaan, met een uitgeteerd lichaam

en afgefolterden geest indien een verdandig christen

hun niet bijtijds nog het euangeli opent — troosteloos naar de eeuwigheid.

Hier uit zien onze medechristenen , wat nadeel 'er te wagten is, door het voordel van den godsdienst onder eene treurige gedaante.

Wij

Sluiten