Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C>4)

beelde wijsheid gerust nellen , en met een' aangenoman hoogmoed vraagen: ,, wat is een worm in vergelijking van „ mij? Hij kruipt voor mijne voeten, alwaar eene toevallige „ beweging hem zonder mijn voorweten verpiettert. Maar

hoe veel minder ben ik in vergelijking van God ? Hoe ' kan de Allerhoogfte ten mijnen opzigte anders dan even

zoo onverfchillig zijn? welk eene dwaasheid ware het in l, mij, te denken, dat de Oneindige zich wegens mij be„ kommeren zoude?" — Ik, dus gaat de christen voord, ik hoor dit met medelijdende verachting: deze gewaande aanvallen flooreii geenszins mijne zekere rust. Hij zij voor altoos een worm , indien hem die zoo benijdenswaardig fchijne! Ik benijde zijn lot niet. Ut wil in mijne oogen geen worm zijn, en ik ben verzekerd, dat ik het ook niet ben in de oogen van mijnen Schepper eu Vader. Ik ben een mensch; en verwacht van Hem, die mij daa.rxoe gemaakt, die mij verlost heeft, een lot, dat Hem en mij waardig is. — Verheven , maar tevens waarachtige en gegronde redening van «enen christen!

Doch ouk hier bepaalt zich zijn vertrouwen en toeverzicht op den Almagtigen niet. Hij gelooft ook, dat deze Voorzienigheid in dien zin bijzonder is omtrent volken niet alleen, maar ook omtrent enkele en bijzondere menfchen, dat God <ioor eene bijzondere tusfeheukomst de wetten der natuur «n derzelver beloop fomtijds zoodanig beftuurt, en die wen. ding geeft, dat zij in bijzondere gevallen op- eene buitengemeene wijze dienftig zijn, om eenig onheil re verhoeden, of voor te komen, of de eere van Godlijke wijsheid, goedheid en magt op het luisterrijkst ten toon te fpreiden.

Hier openbaart zich de waardigheid van den Christen, die zijn vertrouwen op den Regeerer van het Heel-al gevestigd

heeft! , Hier is eene rijke bron van troost voor hem

outfloten ! De Schepper Haat hem gade! Het nooit

fluimerend oog der Voorzienigheid waakt over hem! . In het geloof aan deze bijzondere Voorzienigheid voldoet hij best aan zijne betrekking jegens God, welke de betrekking is van een kind jegens zijnen Vader. In dit geloof vindt hij de lrerkfte beweegredenen, om deugdzaam te leeven, om dat hij leeft onder het oog van God, die geen kwaad gedoogen kan.

Doch hier wacht zich een Christen zorgvuldig voor twee ïiiterden, waar toe men het menschdom ligtelijk ziet overilaan. Aan den éénen kant voor rauzend en dom Emhufia%jhuï , aan den anderen kant voor overhaast oordeelen.

Voor-

Sluiten