Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 79 )

baar bijzondere tusfchenkomst van Gods Voorzienigheid beveiligd tegen een gevaar, welk hem dreigde. Zeker Wijsgeertjen in miniatuur, zoo kau men denphilvfophus mintitus van cicero ook noemen, deedt zijn best, om met fchel. den en tieren ftaande te houden, dat het geen theofilus gebeurd was , voor geene bijzondere tuslchenkomst der Voorzienigheid moest worden gehouden; theofilus zijn gefchrijf gelezen hebbende, zeide met eene deftige gelaatenheid : ,, 13e Toveraars in Egypten vvederftonden de wonde,, ren, door moses gewrocht, tot dat zij, toen de plagen

vermenigvuldigden, erkennen moesten; Dit is Gods vin„ ger\ voornaamlijk, toen die plagen hen zeiven troffen.

J5 Laat deze knibbelaar mij vrij voor eenen zot, voor

, eenen domuien en raazenden Enthufiast fchelden, nooit

zal hij met praaten of zwetzen, eene weldaad , die God „ mij openbaar beweezen heeft, wegpraaten, noch mij de „ verpligting tot dankbaarheid, daar mijne ziel van over„ vloeit, ontnemen?" — theofilus heeft gelijk; De tegenwerpingen , die het Wijsgeertjen tegen de bijzondere Voorzienigheid maakt, bewijzen alle te veel, om dat zij de waarheid van alle wonderwerken even flerk beIlrijden;of die tot natuurlijke gebeurenisfen verkleinen; Bij voorbeeld, dus zou iemand kunnen zeggen: „ Dat een fchepzel, als de mensch, „ dat niet bij den ./Ether, maar bij de lucht moest leeven, ,, (ons manneken is op zijn wijs ook een natuurkundige) in „ het water verdrinke, is zeer eenvoudig," derhalven was 'er niets wonderbaars in, dat farao en de Egyptenaars in de golven der roode zee, door een woedenden llormwind cpgezet, fmoorden en den geest gaven. —— Wie nu te veel bewijst, bewijst niets!

Maar wij moeten ook bedacht zijn tegen het verkeerd en voor al tegen het liefdeloos oordeelen omtrent onzen medemensch; hier hakt een luchtig Schrijverijen weder met de breede bijl: „ vermaanende zijne Landgenooten van, zon-

der zig met Gods bellier omtrent andere te bemotijen, ., voor hun zelve te ftrijden', om in te gaan." Zeldzame zedeprediker waarlijk! en nog zeldzamer Schrift-verdraaiè'r! Dat wij voor ons zeiven ftrijden moeten om in te gaan , zonder ons te bekommeren, of 'er veelen zalig worden of weinigen , is eene wijze vermaaning van onzen Zaligmaker ; maar nooit heeft Hij gezegd, dat wij ons niet zouden bemoeien met Gods beduur omtrent anderen: gedenk aan het wijf van loth! was veel eer zijne vermaaning. Ja zelfs toen, wanneer Hij de Jouden beftrafte, die dc Galileërs en

de

Sluiten