Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 3o )

de achttien, op welke Siloams tooren viel, voor groots zondaars hielden, dan zij zelve waren, voegde hij 'er bij:",, in„ dien gij u niet bekeert, zult gij allen desgelijks vergaan." Trouwens Hij kon niet anders, daar de Profeeten hem waren Voorgegaan: Let op den vroor.icn, en ziet naar den oprechten, want het einde van dien Man zal vrede a/V»/'Toen ftilde as af zijne murmureeiingen, toen hij in Gods' heiligdom inging, en op het einde der godloozen merkte. Onze voorvaders hebben ons ook geleerd, ja heidenen zelve dat die zich zacht fpiegelt, die zich aan een' ander fpiegelt', en dat een fchip op droog, een baken in zee is. Waar gronden zich deze fpreekwoorden op, anders dan op onzen pligt, om Gods beduur omtrent anderen op te merken?—— Doch altijd zal de christen zich wachten van oordeeleii, en vooral van te denken, dat hij beter is in zijn' aard dan zijne medemenfchen. De groote boeriia ave, verhaalt men,zag nooit misdaadiger ter draffe voeren, of hij dankte God, die hem, in wiens hart de zaaden tot alle ondeugden van natuur lagen, door zijne goedheid beveiligd had! zoo denkt, zoo handelt een Christen!

Wij vermaanen u dan,o onze Landgenooten! o Nederlanders! merkt, merkt toch op, vestigt uwe aandacht op de blijken van Gods voorzienigheid. Deze zijn in de laatde jaaren zigtbaar in ons Vaderland geweest. Zedert dien geduch* ten watervloed in 1775. hebben Gods kastijdingen niet opgehouden. Ziekte en derfte onder menfchen, oorlog met ingeland , vernedering door de moeilijkheden met den Keizer inwendige tweedragten, burgertwisten, terwijl vreemden ons vermogen verteerd hebben! rampen hebben onophoudelijk rampen vervangen! Indien wij ons niet bekeeren, wij zullen alle desgelijks vergaan. Denkt aan de gelijkenis van den onvruchtbaren vijgeboom, welke jesus bij diezelfde gelegenheid het Joodlche volk ter waarfchuwing voorhieldt en Iaat dat woord zwaar op uw hart wegen: Ziet ik home mt drie jaaren (de derde eeuw loopt, zedert de oprechn'nij van ons Gemeenebest!) zoekende vrucht op de-en vijge. boom, ende en vind ze niet; houwt hem uit; Waar toe be* /laat hij ook onnuttelijk de aarde ?

De zondaar zal verdelgd zijn op Gods wenk. De boosheid zal vergaan, eer 't iemand denk'. Waak op mijn ziel, wil uwen Schepper eeren; Geloofd zij God! men loov' den Heer der Heeren'

Sluiten