Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 33 )

Hingen en edelfïe neigingen oprijzen, — liefde, dankbaarheid, blijdfchap, genoegen vervullen heel het hart, en alle onze werkzaamheden. Dergelijke gevolgen moeten noodzaaklijk uit de tegenoverftelling van den tegenwoordig - gelukkigen bij den voorgaanden ouzaligen toeftand van eenen zondaar voordvloeiën.

Gij begrijpt echter, dat het gezicht en vertrouwen van eene zedelijke herflelling, van eene volkomen vergeving en van een eeuwig geluk,een door de zonde ongelukkig geworden zondaar met eene blijdfchap moet vervullen, die alle b ijdfchap over aardfche zegeningen verre overtreffe, en hem dikwerf, zóó van de grootheid en veelheid zijner overtredingen als van de zekerheid zijner toekomende zaligheid, ter verheerlijking van den Oneindig-liefderijken doet redenen. — Dit kan hij doen zonder een geestdrijver te wezen; want deze zijne blijdfchap is geen gevolg van eene verhitte en fpoorlooze verbeelding.

De zoodanigen derhalven, die fleeds twijfelen, of ze wel zalig zullen worden , die meer van zonden en zwaarigheden dan van de liefde Gods redenen, de zoodaanigen ontbreekt het aan een volkomen doorzicht in het troostrijk euangeli, dewijl ze zich Qod als een vertoornd R.echter en niet ais een verzoend Vader voornellen. — Droefgeestigheid en wantrouwen zijn dus geen deugden maar gebreken, en althans geen daaden of eigenfehappen van het zaligend geloof, dat altijd uit zijn natuur blijde en vertrouwend op God leeft.

Op dezen gelegden grond zal ik u een vrolijk christen fchetzen, zie daar zijne beeldenis.

De christen is dikwerf over zich. zeiven in verwondering opgetoogen. Mensch te zijn, een redenmagtig fchepfel, boven alle de dieren op dezen aardbol het voortrc-flijkfte, die zijnen Schepper kan kennen en verheerlijken,die in zich een aanleg gevoelt voor eene eeuwigheid, die God ten Vader heeft, die waarlijk gelooft, dat God zijn eigen Zoon voor hem zondt, om zijne verzoening te bewerken, hem tot een kind van den hemelfchen Vader te maaken, op wiens vaderliefde hn vertrouwen, en van wiens weldaadige handen hij L 2 tl>

Sluiten