Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 9i )

Ohs onderzoek der waarheid heeft ons tot dat famenftel van leerftukken geleid, dat in den volllrektften zin van het woord, en deszelfs gebruik onderons, allerrechtzinnigst is; — Wij zijn het hoofdzaak]ijk ééns met de rechtzinnigfte leden, die het Dordi'che Synode hebben helpen uitmaaken; want dit moet wel aangemerkt worden, dat alle de leden van die kerk» vergadering niet even ééns dachten over verfcheiden (tukken , en dat 'er min of meer fterk-rechtzinnigen onder hen waren; De Engelfchen , b. v. die hunnen Koning jakobus naar de oogen moesten zien, hebben op die vergadering wel ééns ftellingen voorgedragen, die eene gunftige uitlegging nodig hadden , zouden zij aan meer rechtzinnigen voldoen. — Wij durven zelfs beweeren, dat wij leden genoeg in de publieke kerk kennen,die de rechtzinnige leer niet zoo zuiver bewaaren , alfchoon zij dikwijls voor de rechtzinnigheid meenen te ijveren. — En dit tellen wij onder het verval der kerk, en onder de gevolgen der onkunde, betreuren het, en willen onze poogingen aanwenden, om verder verval te verhoeden.

Daar zijn fommige leerftukken van het christen - famenftel, b. v. de leer van Gods raadsbefluit, de leer van 's menfchen diepe ellende, geheele zedelijke verdorvenheid en onvermogen ten goede, de werking van den H. Geest enz. welke in het afgetrokken, en niet voorzigtig behandeld, aan da droevigfte misduidingen kunnen onderhevig zijn, en toiDweepérij en Geestdrijverij zouden kunnen leiden door verkeerde toepasfmge van dezeiven ; wij kennen het gevaarlijke van Dweeperij en Geestdrijverij, daarom ftaan wij fterk op voorzigtigheid en behoe-dzaamheid in het leeren en gebruiken van deze leerftukken. — Maar die daarom ons een klad wil aanwrijven ,als of wij deze leerftukken loochenden, die ons van Arminianerij of Pelagianerij of andere anerijën zou willen befchuldigen, die ftelt zijne eigene domheid ten toon, cn misdoet in ons tegen de christelijke liefdeen tegen de waarheid.

Wij zijn genoopt geworden tot deze rondborftige verklaaring, uit hoofde van eenige brieven, betreffende ■ ons Weekblad, door onzen Drukker ontvangen, toen nauwlijks de vier eerfte Nommers het licht zagen; Hij heeft vrijheid van de Schrijvers, en die vrijheid ook aan ons gelaten, om van deze brieven gebruik te maaken, zoo als wij zouden goedvinden. — Wij zullen dan , die brieven achter wege latende , welke gunftig van onze onderneming gevoelen, die, welks ons weekblad terftond hebben veroordeeld,hier plaatzen .behoudende de fpehing van derzelver opftellers met alle nauwkeurigheid , en tevens onze korte aanmerkingen 'er bijvoegende.

. M 2 Ziet

Sluiten