Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"ii hebt geen bevinding van de zaak , j> en hadt gij

die j dan zoudt ge van droefheid en blijdfchap., -van hoog. ten en laagten, van licht en donker weten; — kort¬

om, wij hebben Gods woord voor ons, want daar in lezen we met ronde woorden : indien de rechtvaardige nauwlijks zalig wordt, waar zal de godlooze en de zondaar verfchijnenV - > c

Dergelijke denkbeelden overmeesteren veelen van onze

medechristenen . zij weten de tegenheden en worfte-

Imgen niet in het waare licht te befchouweh , zij kunnen dezelvenniet onderfcheiden van dan hemel weg— zij hebben geen klaar inzien in 't euangeli maaken verkeerde be¬

vattingen van veele fchriftplaatzen , en willen dus lievtr treurende dan zingende den vermaaklijken weg bewandelen.

Een aantal eenvouwigen wordt op dit fpoor gebragt

door ontrustende leeringen van blinde leidslieden, van leidslieden , die gelijk zijn aan die profeten, waar over de Heelt klaagt: zij jleclen mijne- woorden , een ieder van zijnen naasten (*); cn gijlieden hebt het; hart des rechtvaardigen door valschheid bedroefd gemaakt, daar ik hem geene fmerte aangedaan hebbe (f).

Daar dan de verkeerde uitlegging van petrus woorden de voorname oorzaak is van gemelde zielkwellende ged.ag'ten, zullen We de verkeerdheid tegengaan , u de waare zin mededeelen, en onderwijl u van verfcheiden dwaalingen te recht brengen.

De gewoorfe opvatting van péTrus woorden is deze*: „ Indien de rechtvaardige, ondanks alle poogingen, die hij aanwendt, öm 'God naar het voorfchrift van het euangeli 'té dienen , nauwlijks zeer bezwaarlijk , in den hemel zal binnenkomen , hoe veel moeilijker moet dan niet de verkrijging van deze zaligheid voor godloozen en zondaars

wezen? " Als dit de meening van petrus zij

dan vraagen wij: van waar komt het , dat de zaligheid voor rechtvaardigen, voor geloovigen zóó moeielijk te ver?

krijgen is? < /

Niet

Jerém. XXIII: 30. (Ï) Eztfi. Xllï. t*.^ .

Sluiten