Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( "4 )

ganglijkheid» Hij ziet ze op de troonen der Koningen zóó duidelijk als in het ftof der eUfetadigeh ; in de paleizen der rijken zóó menigvuldig als in de hutten der armen. Hij mag in de wereld zoeken, wenvaard hem geluste, hij blijft over al even rusteloos, even onvergenoegd, nergens vindt hij wezenlijk voedfel.

Dan — zouden de rijkdomp'ten en verwaaien der wereld den geest niet kunnen vernoegen? —ongelukkige gedagtel — wij verwerven ze met onrust, wij bezitten ze met zorgen, wij genieten ze zonder gewaarwording, eii verlaten ze mat moeite. — Grooten der aarde! legt hier een oprecht getuigenis af. — Geven u de goederen der wereld de rust, de te vredenheid, waar naar onze zielen zóó reikhalzen? wij wenfchen het u toe. Denkt aan een' tachcigjaarigen darsii.j,ai. Zult gij niet eindelijk het getuigenis van salomon moeten bevestigen, ik zag alles, wat onder de zon is, en ziet het was alles ij delheid, — Onwederfprceklijk getuigenis! salomon was een profeet, buiteögéwoon verlicht, en da ir bij zóó veel ondervinding van aardfche dingen als éénig Iterveling. Hij was ook wijzer en rijker dan éénig aardsch koning. En wat oordeel velt deze gelukkige, deze lchrandere Vorst over de goederen der wereld? Hoort zijn eigen woorden. — Ik maakte mij groote werken, ik bouwde mij huizen, ik plantede mij wijngaarden. — Ik maakte mij hoven en lusthoven, en ik plantede hoornen in dezelve, yan allerlei vrucht. — Ik maakte mij vijvers van wateren, om daar mede te bewateren het woud, dat met toornen groefde, — Ik kreeg mij knegten en 'maagden, — ik verf gaderde mij ook ftlver en goud, en kleinodiën der koningen en der landjehappen : ik bejlelde mij zangen eu zangeresjin , en wellustigheden der 'menfehenki'aderen , j'natirer.fpel, ja allerlei j'naarenfpel. — En al wat mijn oogen begeerden , dat onttrok ik haar niet: ik weder hield mijn har' te niet van eenige blijdfchap (*) — Zie daar, llerveiingen! de inhoud van uwe gelukzaligheid. — Doch hoort nu hier over het oordeel van dit gelukkij mensch: Doe wendde ik mij tot alle mijne werken, die mijne handen gemaakt hadden, en tot den arbeid dien ik werkende ge arbeid hadde: ziet het was al ijclelheid en kwelliv.ge des geest is, en daar in was geen voordeel onder de zonn'e. (_|) 't Is of hij zeggen wil: „ Daar de hitte mijner jeugd thans voorbij is, enik de lusten nu meer met de oogen van mijn verltand kan

be~

CO PrbdHter II: 4 —10. (f) ibltT. vs', n.

Sluiten