Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 128 3

ftaan jegens God , . ons zeiven , oiizj medemenfehen. —* )>an zal de Geest van God liet werk in en voor ons voieinden (*). Dan leven wij enkel in Christus en hij in ons, dan ontvangt God alle de eere! Dan vernieuwen wij telkens onze geloofsdaad, zonder ons van ons zeiven fet te verbeelden ,• of ons te verheden; volgende de vermaaning van paulus: gelijk gij dan christus jesus den Heere hebt aangenomen, wandelt alzoo in Hem (_t)..— Wil iemand dit een beredeneerd geloof noemen, of een opgedrongen vertrouwen , wij zullen ons des getroosten wij weten, dat die op God vertrouwt, en Godede eere

geeft, veilig is, of God zou niet waarachtig wezen.

Een geloof, dat niet hartelijk ware, dat geene vruchten voordbraeht, is een dood geloof, en dus eigenlijk geen geloof. — Daaróm is het noodzaaklijk, dat men zich zelveu beproeve, öm meer en meer tot de volle verzekerdheid des geloofs te kómen. Van die zelfsbeproeving en de kenmerken des geloofs zullen wij ook ééns naar de eenvouwigheid van het Euangeli handelen ; nu eindigen wij met den Dichter, daar hij de Geestdrijvers dus aanlpreekt:

Onnozele!], die, als ontzinder!,

De rust vaak openlijk verdooit,

Met uw getier, ei, vaart niet voort, Gij dwaalt van 't fpoor, en waant het rechte pad te vinden. Indien gij jesus zoekt, waartoe dit fpel verdicht? Zijn jok is geenszins zwaar, zijn last valt immers ligt.

Moet dan uw heil door ijsjijk beeven,

Door lluipcn , gillen, naar gegeeuw,

Door voeten (lampen en gefchreeuw, U, uit den Hemel, op één tijdftip zijn gegeven ? Gij zoudt betoónen, als gij God in ïlflbeid eert, Zijn wegen kent en volgt, dat ge eindlijk zijt bekeerd.

(*) ja, dan werkt diè Geest reeds fii ons, en wij hebben die out varting niet notlig, welke (btnmigen, tot een middel van vereffening nebben vooigellagen 5 dat wij de genademiddelen moeten gebruiken, en wanneer wij 'er eau recht gebruik van gemaakt hebben", uan zou de Heilige Geest op zijn tijd onze veiündcrirg omnidiijk weiken.. Deze voórflag ftrookt niet met de eenvouwige Euangeli - leer, en zij voldoet ook niet, om de bedenkingen op te Ioslèn, alzo zij eene gaping overlaat. —

■ (t) Coll. II; 6. Dus bandelen wij immers in liet natuurlijk leven ? Een Christen gelooft, dat alle zegen, alle vooilpoed, de voedzaame faracht in de iprj£en, die hij gebruikt, alleen van God zijn; Evenwel een Christen is naarfüg. in het verwerven van zijnen nooddruft, een Christen gebruikt de Spijzen; en dus gaat zijn werken ,. eu het zegenen van God f'amengepaard. Hoe zeer Ook hier liet hoe voor ons eene verborgenheid blijft.

Sluiten