Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c 149 )

venlitidt zoodanig alle mijne gedagten , dat ik niets meer cverhoude dan eene verbaasdheid die mij verrukt, en buiten

mij zeiven vervoert. Men moest den boezem van God zeiven, het eeuwige Heiligdom der Godheid, kunnen openen, alle eenwen en ruimten uit het oog verliezen, zich zelveu uitbreiden in deze onmeetbaarheid, deze louter verftandelijke eeuwigheid doorloopen, die te famen het Wezen des Opperden uitmaaken, om een recht denkbeeld van zijne volmaaktheden en van zijne grootheid te verkrijgen. Men zoude dan weder moeten afdaalen tot de geringheid van ons wezen, tot de ellenden van onzen daat, tot de verfchriklijkbeden onzer nietigheid, om de tegendelling te vinden , die 'er is tusfchen een God, die alles door zich zeiven vervult, en die zich vernedert, om de gedaante en de natuur van eenen dienstknegt aan te nemen. — Hemelen , indien ik u onderyraage over deze verborgenheid, andwoordt gij mij, dat de Almachtige, die u gefchapen heeft, die u op het ijdel deedt rusten, en u als een kleed uitbreidde, waarlijk onbegrijplijk is in zijne werken, zoo wel als in zijne handelingen en in zijne wegen. Hemelfche Verftandelijkheden, engelen, die den ftoet des Eeuwiglevenden uitmaakt, indien ik u durve vraagen, hoe de Almachtige een lichaam gelijk het onze heeft kunnen aannemen, werpt gij u neder, gij aanbidt, en leert mij door deze daad, dat ieder fchepfel moet zwijgen in de tegenwoordigheid des Scheppers, en dat de geboorte van den God-mensch een verborgenheid des geloofs is, en niet het onderwerp eener ijdele nieuwsgierigheid. —- Buiten allen twijfel de verborgenheid der godzaligheid is groot, God is geopenbaard in het vleesch. (*)

Zulk een wonderkind wierdt gebooren te Bethïehem, im doeken gewonden, en nedergelegd in een kribbe. — In bet vlek Bethïehem, dat onder de duizenden van jfuda , het kleinst getal van ftrijdbre manfehappen, ten tijde van oorlog, in het veld konde leveren, is de heerfcher van Juda, de koning van 't heelal gebooren. — Hij, die uit den zaade davids was, en op davids troon zou zitten/, moest

ook

f CO 1 Tim. Hl: i«.

T 3

Sluiten