Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 166 )

gen algenoegzaam God, oneindig in genade is, wie kan 'er. dan ongerijmdheid of tegcnflrijdigheid in vinden, dat God zicü in 't euangeli aan zondaars verklaart, zoo als hij waarachtig is? — dat hij door het euangeli aan alle creaturen zijr.e liefde eu genade beloofd, en in de belofte geeft, fchenk't èri aanbiedt, met die troostrijke betuiging : dat een iegelijk, die zijne genade voor zich aanneemt, die in zijnen Zoonet gelooft, voor tijd en eeuwigheid zal gelukkig worden? — is dit alles niet waarachtig? dus is hier geen de minde verwarring of ltrijdigheid te ontdekken. — Ja maar de fchijnftrtjdigheid is niet geheel weggenomen. Gij blijft bij Gods befluit, om alleen fommigen te zaligen, met uwe gedagtcii ftaan — gij denkt waarfchijnlijk — zo God alleen zommigen tot zaligheid heeft uitverkooren, en zijn eviingeti aan allen laat prediken, en dus allen roept, zelfs die niet uitverkooren zijn, dan handelt hij fmet eerbied gezegd*) omtrent de niet uitverkoorenen geveinsd, en niemand kan zeker weten, of hem God welmècnend- roepe. — Men heeft hier over onderfcheiden gedagt, en veelen hebben, om deze zwarigheid uit dén wég te ruimen, deze aanbieding of algemeene roeping, liever met den naam van onbepaald beftempelen willen. Doch daar hier de woorden en niet de denkbeelden verfchilien, zullen wij 'er niet bij ftaande blij-' ven. — Wij kunnen 'er althans.zoo veel van zeggen , als nodig is , om Gods handelwijs in dezen tegen de befchuldiging van onrechtvaardigheid en geveindsheid te verdaadigen.' Wat'doet God in de roeping, die door het woord gefchied? zegt hij daar in, dat hij voornemens is alle geroepenen te zaligen? — neen! maar God betuigt door het euangeli,dat hij een algenoegzaam God en Vader'in christus voor zondaars is ; dat zijn Zoon een algenoegzame zaligmaaker is; dat elk zondaar, tot wiens ooren de roepende en nodigende euangeliltem komt, zalig zal worden, indien hij gelooft. Hij laat de zaligheid in christus, als noodzaaklijk en begeerlijk voordellen ; hij laat verkondigen , dat 'er zulk een onaffcheidelijk verband ligt , tusfchen het komen tot christus en het zalig worden , dat niemand , die komt, zal uitgeworpen worden. Hij geeft eindelijk den mensch van zijne zijde vrijheid om te komen , zo hij wil ; ja hij beveelt den mensch van deze bekendmaaking tot zijn voordeel gebruik te maaken, — Wat is 'er in dit alles , dat ie-.

gen Gods befluit inloopt? Of heeft God naar zijn befluit gemelde verklaaring niet willen doen? — Wordt naar 2)jn

be-,

Sluiten