Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( «75 )

Aan allen roept God toe: wetidet u naar mij toe, e»

Worde t behouden! Aan alten , biedt hij zijn Zoon

als verlosfer aanl — Tot allen zegt hij: ik zal het fleetien hart uit u wegnemen, en u een vleefchen hart geven; — allen zijn dus verpligt om te komen, om te gehoorzamen, en allen hebben aanfpraak ook op die beloften, welken hij in zijn woord voorftelt, ten opzigte van zijne bekwaammaakende genade; daar op mogen ze pleiten, als gedaan aan zulken, die een fteenen hart hebben, en dus ook gepast voor u , die uwe hardigheid begint te zien, en uwe onbekwaamheid belijdt. — En Iaat ik 'er bijvoegen, God laat ons in het euangeli eenen jesus prediken, waar in elk zondaar, al wat hem ontbreekt, vinden kan. Voor onze onkunde is zijne wijsheid, voor onze zwakheid zijne fterkte , voor onze blindheid zijn licht, voor onze dwaalingen zijn raad, voor onze tekortkomingen zijne voorbede. Kortom Jesus is, jesus heeft alles.-— Zié daar zondaars, om dat gij niets hebt, daarom is de volheid iu christus, ——• komt daar toe!

Misfchien denken 'er eenigen van onze Lezers : indien we dan de middelen wel waarnemen, zullen we dan zalig worden. — Hier op andwoorden we met de woorden van jesus zelve, die zoekt die vindt, die bidt, die ontfangt, die klopt wordt opengedaan. —— Voor het overige is dit de taal van het euangeli: die gelooft, zal zalig worden. Deze belofte kan en mag zich elk toeëigenen uit kragt van de godlijke verklaaring, te weten in dien zin, als ik gelove, dan ben ik zalig.

Dat niemand over dit fluk verder zijn tijd met redenee| ringen en uitvlugtcn Heet, maar veel liever geduurig deze 1 zaken bedagt: ik ga naar eene eeuwigheid, zelfs met rasfe I fchreden; eerlang Zal ik misfchien derwaards geroepen wor: den; ben ik gereed tegen dat gedugt tijdlfip? zal mijn werk i dan afgedaan wezen? Wee mij, indien ik onbereid ben! — dan zal het zijn: tijd verloren, ziel verloren! —— Dan, het is nog tijd! heden, heden is het nog de dag der zalig) heid! dat ik dan heden werke, terwijl het dag is, de nagt i komt, zij komt voorzeker, waar in men niet meer zal kunnen werken. — Met deze overdenkingen zal ik mij naar 1 jf.sus wenden, hem zal ik fmeeken , dat hij mij zalige, i Zijne armen ftaan open, nooit heeft hij een zondaar, die

\ zijn heil bij hem zogt, afgewezen. En zoude hij

i dan mij afwijzen? Neen zijn liefde-hart verandert nimmer!

he-

Sluiten