Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bobt zijne wetenfehap zijn de afgronden gckloavcn, Èi> de wolken druppen dauw.

En dergelijke taal hooren wij, in één van 's Konings vertoogen, waarvan Wij fjireken, uit den mond der wijs» heid vloeien:

Toen Hij de hemelen bereidde, was ik daar:

Toen Hij eenen cirkel over het vlakke des afgronds befchreef.

Toen Hij de opperwolken van boven bevestigde :

Toen Hij de fonteinen des afgronds vast maakte.

Toen Hij de Zee haar perk zette.

Toen Hij de grondvesten der aarde ftelde.

Hoe andere Oosterlingen over de wijsheid dachten, hoe zij die bezongen, hiervan diene het fchüone dicht-tafereel van job (|) tot een voorbeeld en bewijs.

Al wie hetzelve met een aandachtig oog befchouwt ,zal'er van zelfs dergelijke denkbeelden in ontdekken, hoedanige do Koning in het laatst aangehaalde ftuk in den mond der wijsheid legt, hoewel niet allen, noch op dezelfde wijs.

Nog uitvoeriger, en tevens geüjkvormiger van inhoud, doch ineen zwakker fliji, zijn de lofipraaken, welke wij in het

boek der. wijsheid (§) , en bij jesus sirach

aantreffen.

Uit al het weik wij leeren, hoe men lang voor en na saiomo's tijden in den lof der wijsheid plag uit te weiden. Beproeft dan alle dingen en behoudt het goede.

Voor dit betoog zijn wij den geleerden zender hartelijk verpligt. Het ilrekke ter meerder inlichting van waare bijbelkennis.

Zij, die het beste Boek met fmaak en oordeel lezen, Zij zullen voor dit blad den Schrijver dankbaar wezen.

(*"> Spreuk. VIII: 27 - 30. Ct) 3ob XXVIII: 12 - 28.

c§) vu, va,ix. —

Sluiten