Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( £1(5 )

heflee\ven Van en 'omtrent den gezegendën Verlosfer is voor?' gevallen , aan de kerk zouden nalaten.

Laat 'er ons uit leeren — welk een groot kwaad de zonde zij — Om onze zonde heeft jesus bitter geweend < om onze zonde is hij doodelijk benauwd geweest, en zouden wij dan nog met zondigen voordgaan en daar in ons vermaak en leeven Hellen? — Maar voor wie heeft jesus dien doodlijken angst ondergaan? Voor zondaars! derhalven ook voor mij! ja Lezers voor ons allen ! indien we als zondaars tot hem vlieden, hem als onzen borg aannemen —j dan zullen wij, op de verklaaring van het euangeli, vertrouwend belijden: dat hij de helfche angften en pijnen voor ons gedragen heeft!

Ziju we benauwd over onze zonden dat we dan van jesus bidden leeren.

Het gebed is het beste middel, om uit alle nooden gered» te worden, want als de nood op het hoogfte is,dan is Gods hulpe nabij. Die Vader, die jesus een Engel zoudt ter verfterking, die is nog dezelfde, die hoort nog het geroep van zijne kinderen , die tot hem zeggen : mijn Vader!

Dat we ook, in dit Gethfemane dezer wereld, ons geduu* rig verlusten in den lijdenden zoenborg, en zijne voetftappert nawandelen. Gaf het heuchelijk Eden ons ftof van weenen, het droevig Gethfemane geeft ons ftoffe van blijdfchap; daar wierdt ons den dood, en hier wordt ons het leeven gebooren.

O Aangenaam Gethfemanel hoe gezegend is uwe gedachtenis in het harte der geloovigen! zijn we in een hof on» vruchtbare planten geworden, planten, die niet dan kwaade vruchten voordbragten; deze hof, dit Gethfemane , ver* toont ons weder als gelukkige planten, die door de hand des Vaders gekweekt, door het bloed des Zoons bedauwd , en door de invloejingen des H. Geestes voltrokken worden;

Hier in dit Gethfemane zullen we misfchien nog veel te ftrijden hebben, eer we juichen kunnen: wij hebben overwonnen ! — Laten we dan al ltrijdende op jesus zien, zoo zal elk onzer voor hem gemoedigd betuigen:

Wat is't lijden hier beneden,

Bij mijn Heilands zwaaren nood ? Wat is 't, bij de zaligheden,

Mij verworven door zijn' dood ? Nog volg ik uw fpoor met beeven. Gun mij moedig voord te ftreeven

Midden door mijn ramp en leed,

Heer, die zelf eens voor mij ftreerf.

Sluiten