Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 220 )

laar der waarheid en deugd geftorven; moest hij alleen met alle die groote mannen gelijk gefield worden, welken, om dat zij verouderde misbruiken aantastten, door laage gemoederen gelasterd, gehaat, vervolgd, ja zelfs met een raazende verwoedheid om 't leeven gebragt zijn; zoo hadt hij immers, dewijl hij zich daar door der wereld verderflijk maakte, hier in een bron van gerustflelling en te vredenheid kunnen vinden; zoo hadt hij in dit geval niet minder moeten zijn dan zijne leerlingen.

In zijn gantfchen leevenswandel komt toch niets voor, waar door hij deze fmertelijke aandoeningen des gemoeds verdiende. Als het uitmuntendfle voorbeeld van deugd eu heiligheid kon hij met recht den blijmoedigflen dood verwachten — kon hij, die tot zijne vijanden durfde zeggen: wie van u overtuigd mij van zonden ? die, zoo geheel heilig , onnozel, onbefmet en afgefcheiden van de zondaren was, altijd den Rechter der wereld ook vrijmoedig te gemoet gaan. Zijn geweten veroordeelde hem niet. Önfchiild heerschte in zijn hart en orde in alle zijne neigingen. Niemand was zoo zeer Heer van zich zeiven , niemand bezat 7.ich zoo volkomen als hij. Hem waren alle de fterke gronden eener zalige onfterflijkheid duidelijk bekend ; alle haare voorrechten en gevolgen, al haar genoegen en vreugde kende hij, die van God gekomen was, en wederom tot God ging. ^Kan dan ntr wel de vrees voor eenig naakend onheil of zelfs voor eene geheele vernietiging de oorzaak van deze doodüjke ziele-fmerten zijn? Zou hij voor God vreezen, tot wien hij in de nauwfle betrekking fiond? Wiens wille hij zoo volmaakt volbragt hadt, en diehem zelfs eens van den hemel het getuigenis zijner goedkeuring gegeven heeft? Of, zou men gelooven mogen, dat alleen de verwachting van een bloedigen en fmaadlijken dood 'er de grond van geweest zij; daar hij die reeds lang vooruitgezien en met de grootfte bedaardheid van geest, in alle zijne bijzondere omltandigheden en glorierijke gevolgen, vooraf verkondigd hadt? Waarom vreesde hij 'er dan niet vroeger voor? Waarom was hij onmiddelijk na zijnen doodsangst, fchoon onder veelerlei fmerten, verguizingen en fmaadheden , echter zoo flandvastig en gelaten? Van waar die koenheid en bedaardheid van geest tegen zijn onrechtvaardige rechters ? De booswicht, wien zijn geheel ondeugend leeven bij zijn vertrek van de wereld voor oogen zweeft, fiddert van vrees , dewijl hij geene zekere noch vrolijke uitzichten heeft in de eeuwigheid en hij 'er nooit op bedacht was, óm zich tot een beter

lee-

Sluiten