Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C =3* )

'he't zedelijk hérftel van Nederland beginnen en Zorj veele woêste tigers ia zachtmoedige lamineren veranderen moet. — Uwe Vaderlandlievende Leeraars hebben u gisteren voorgefleld, welke deugden gij te betrachten hebt, zal het u en uwe kinderen welgaan. — Gij hebt hier op het verbond met God gemaakt — dat gij gezworen heb:, wilt dat bevestigen -— en toont voordaan door uwe daaden, dat gij kindefs zijt van die vaderen, die door hun bloed dit vrij gemeenebest gevestigd en door hunne deugden ten toppuntc van geluk verheven hebben. — De Regent leene zijnen arm,om alle godloosheden te beteügelen, en vooral om het zedelijk verval 'te herftellen, ten einde hij de liefde van het volk en voornaamlijk de goedkeuring Van den Opperrechter verkrijgen moge. — De ouders moeten hunne kinders allerlei edele deugden inprenten, hün tot bdttigc I^rfcn der maatfehappij vormen, anderszins zullen ze vrue na ,•:< r.-.r x.\ x. doodkisten klinken. — De huisvaders en hbitm tien x >é ten ook hier medewerken; den hui- pdtdii i$\ dden bor.eeven, lezen en bidden met hunne kinderen, n | bunne diensboden. — De jonge lieden moeten den de lente hunner jaaren hunnen Schepper ofTctcn —. en dienstknegten en dienstmaagden den rijd uitkoopen, in hun werll bij God blijven. — Werkte dus een l-xx]x ll I |ni n kti I: mede, dan zou het ons en onze kinderen welgaan tot in eeuwigheid. —— En hier toe hebben we ons gbMrea op het plegtigfte verbonden. Op den gewSjdgfl r •: tj , i U-Ij' voor den Alwetenden — den Allerhooglten — den Allerheiligflen —voor den God van Nederland als bij eede gezworen: Heere, jehova, Verhonds - God! <wij beloven a plegtig: dat wij, door wwe genade, voordaan voor u Zullen leeven — uwe geboden betrachten — U en onzen naasten zullen lief hébben — daar toe geven wij ons zeiven — met ons kroost — met ons huis — met ons geheele harte aan Ü — amen!

Komt iaat ons nu als Christnen handlen, En voor het oog der Godheid wandlen Als leden van een Maatfehappij, Die niet beflaan kan zonder flegten, Waar flille braaven, waare oprechten - Niet rusten zonder 't zwaard des heilgeloofs op zij;

Sluiten