Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C m)

Wij hebben echter over dit ftuk nog meer te zeggea. Er waren oudtijds godvruchtige wantten en vrouwen,' die van God met bijzondere beloften van toekomende gebeurenisfen , waar naar hunnë wenfchen en verlangen* zich uitftrekten, begunftigd wierden ; die door derzelver vervulling de ondervinding van jehova's onwankelbare trouw verkregen , en daar door Wijde ftof hadden voor Godverheerlijkende gezangen. Men heriunere zich de bevinding van abraham ert sara, toen zij den beloofden zoon, hun door den engel des Heeren toegezegd, ontvingen en hoe groot hunne vreugde was; men brenge zich té binnen het geval van simeön , die een godlijke openbaring verkreeg door den heiligen Geest, van niet te zinled fterven, voor hij christus den Heere gezien hadt, en hoe hij een blijden lofzang aanhief (*), wanneer hij de ondervinding van Góds getrouwheid genieten mógte. - 'Ieder

weldenkend christen zal met ons vast ftelleh, dat in alle zulke bevindingen iets buitengewoons is , dat Zij 'ons zeer zeldzaam voorkomen, en zekere omftandigheden, waar in zulke godvruchtigen zich bevonden , dezelve naar Gods wijsheid alleen verè'ischten: dat, wat de dweepzucht ook voor moge wenden, zoorrgelijke bevindingen, die óp buitengewoone bijzondere beloften rusten, na de uitbreiding van het christendom door dé Apostelen geen plaats meer gehad hebben. Dés niét tegenftaande Zijn 'er nog veele ongeoefende christenen , die dergelijke bevindingen durven voorwenden, proba , die wenscht en verlangt naar een goed huwlijk, heeft iets aan haar gemoed ge-^ kregen , waar door zij zich vast beloofde , dar zij deze haare begeerte erlangen zoude, en zie daar, haare verwachting was niet ijdel — proba krijgt een echtgenoot, en deze is bij haar de echtgenoot der belofte. I

Kort daar na , krijgt ze op haare gebeden eene belofte, wij weten' niet hoe , van eenen zoon te zullen blaren , en ook deze wordt eerlang Vefvurd. Dit kind is bij haar eeu kind der belofte , daar van heeft zij zeer veel' verwachting, als haar ftaat en omfteiirjigheld het mede. -. " ïfrerr-

' C) Lm, II: 2s - 3a

Sluiten