Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

god en de eeuwige zaligheid (*> Die hope verwack. Gods heil niet alleen op zijne beloften, maar ook op de ervarenis van derzelver vervulling; naamlijk, de bewaaring, de befcherming, de vertroosting die de christen door het geloof genoten heeft. „ Ik heb het ondervon„ den, redent hij, dat God de getrouwe is; tot hier „ toe heeft hij mij geholpen; in alle aanvechtingen en „ verzoekingen , onder alle wisfelingen van mijn lot „ heeft hij mij doen ftaande blijven ; zelfs in de v booste dagen van mijn leeven, bleef hij mijn Va„ der, mijn verzorger, mijn behoeder. Ik heb zijn „ woord , dat hij niet zal laten vaaren de wer« „ ken zijner handen , maar ze bevestigen in eeuwigheid."

Zoo veruerkt de bevinding zijne hope , eene hope ■

die niet bedrieglijk is ; want Gods Geest getuigt met zijnen geest, dat hij een kind Gods is; een kind — dat hij als Vader befchermt en behoedt ; en zo hij een kind is , dat hij dan ook een erfgenaam is , een erfgenaam Gods en een medeërfgenaam van christus jesus. Bij. elke kommerlijke omftandigheid van zijn leeven is de on« dervinding zijnfteun, gelijk ze paulus tot fterkte was. Die ons uit zoo grooten dood verlost heeft, en nog verlost, op welken wij hopen, dat hij ons ook nog verlosfen zal. (f)

De bevinding verwekt liefde tot God, door de tallooze bewijzen , die men ervaart van zijne goedertierenheid en ontferming , bijzonder als de christen in den nood gedrongen is, om tot zijnen almagtigen en getrouwen Vader dpor het gebed den toevlugt te nemen, en hij zijne hulpe ten bekwamen tijde heeft ondervonden. Daar van zong een heilig Dichter: i\ hebbe lief; want de Heere hoort mijne ftemme. (§}

De bevinding bemoedigt in treurige dagen, wanneer ons leed en droefheid treft; — ais wij ons herinneren de bewijzen van Gods Vaderlijke zorge en redding, die wij genoten hebben, hoe hij het licht uit de duisternis deedt

te

0 Ram. V: 4. flO a Cor. 1; 10. (§) Pf. CXVI: 1.

Sluiten