Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C46-3 )

jesus öpftahding, waar op onze gezegende godsdienst gevestigd is, te ontwapenen.

Onze Lezers zullen toch reeds bemerkt hebben, dat wij in deze bladen die ftoffe leveren, welke met de tijdorde,1 waar in men het lijden, dood, begravenis, opftanding, enz. Van jesus predikt, zoojuist mogelijk, overeenflemt. Dit ïs ook de rede, dat wij aan de verzoeken , die ons zoè menigvuldig gedaan worden, niet fpoedig voldoen kunnen.

De brave grijsaard, die zich tekent J. V beeft ontf

door zijne letteren bijzonder vertroost én bemoedigd. Zijn Edele zal in onze No. 125, vertrouwen we, de bedenking, die hij over No. 23 gemaakt heeft,beandWoörd zien. Echter zouden we dit nog opzetlijker gedaan hebben, zo niet No. 25 voor de ontvangst van zijne letteren was afgedrukt geweest.

Wij zullen ook, zodra doenlijk, om eenige vijanden van

den Godsdienstvriend den mond te fnoeren, pp deszelfs verzoek een betoog geven over de noodzaaklijkheidder wedergeboorié. BraVe man! zijt gij maar ftandvastig, onbeweeglijk , altijd overvloedig in het werk des Heeren; alzo gij wel weet, door het geloof op de beloften , dat «w arbeid niet ijdel is in den Heere (*).

De geëerde Schrijver, die zich ondertekent uit liefdevoor de waarheid, zal waarfchijnlijk ook in No. 25 zijn andwoord gevonden hebben. — Hij neme doch in aanmerking dat de landman volgends No. 23 zijne mededischgenooten, naar den aard der liefde, als zijne broeders en zusters bëfchouwt , waar mede hij in den hemel eene nauwere gemeenfchap eeuwig hoopt te oefenen. Doch daar uit vloeit niet voord, dat wij allen, die aan de tafel des Heeren gaan, zalig fpreken. Zo de vijanden van ons weekblad, waar van zijn Edele fpreekt, hier uit voedfel voor hunnen laster zoeken , zal het hun geen de minfte kracht bijzetten. — Wij gelooven en belijden: dat alle zondaren door het euangeli geroepen worden tot het geloof in jesus christus, maar wij gelooven en belijden tevens, dat 'er veelen moedwillig deze roepftemme verfmaaden en verwerpen, en dus door eigen fchuld zullen verloren gaan. — Wij gelooven eu belijden, dat Gods Geest door middel van het woord het gelove in ons moet werken , maar dat wij tevens onze eigen zaligheid moeten werken met vreze en beeven. -—

DeCO 1 Cor. XV: 58. Het dunke den goeden ouden man niet vreemd, dat hij 200 veel vervolging moet-ondergaan, hij leze maar Matt.'i. X: 22.

Sluiten