Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C ®5 )

de dauw zeer iterk is, — in 't geheel niet. De aanbiddelijke Voorzienigheid heeft dierhalven ook op eene bijzondere wijs voor dat land zorg gedragen, door het zelve beltendig een zeer fterke dauw te verleenen, waar door het graan kan voortgroeien, terwijl bet zonder dien dauw verdrogen en verbranden zoude, vooral op rotzige plaatfen. Onze lezers, zullen hier zekerlijk denken aan de jleenachiige plaatjsn uv de gelijkenis van den Zaligmaaker (*>

Wij moeten unog iets doen opmerken.— In een bergachtig land zijn zwaare en geduurde regenvlaagen zeer nadeelig. Wij weten van de Reizigers in Zwitferland, 't welk wat beter bewoond is, en dus bebouwd wordt, als het Joodfche land tegenwoordig, dat de regens dikwerf al de vruchtbare aarde van de bergen afvoeren , zoo dat de onvermoeide Zwitfer dezelve wederom met moeite, dikwerf ;d!een metdragen , naar boven werken moet. In het bergachtige

Joodfche land, 't welk de Godheid tot een bijzonder vruchtbaar land had gefchikt, waren daarom ook gene geduurige. regenvlagen. Zelfs in de gewoone regentijden waren de regenvlaagen meer zacht en gemagtigd.zoo dat ze zoo veel nadeel niet aanbragten. ■ .. ■

Uit deze medegedeelde aanmerkingen leeren wij eene allesbeftuurende Voorzienigheid ontdekken. — Wij leeren hier onzen pligt, om dien Hoogstwijzen God dankbaar te aanbidden en Hem voor al het goede de eer te geven. — Maar vooral moeten wij hier ook opmerken, hoe verkeerd wij handelen, wanneer wij dat alles veroordelen, 't welk met onze gewoonten, — onze gebruiken — en bij ons bekende dingen niet overeenftemt. — Wat maaken wij ons ui het bijzonder tegen God fchuldig, wanneer wij de tijden of luchtsgelteldheid op deze of gene plaats verachten. Overal doch is goedheid en wijsheid te ontdekken.

Welk een menigte van Bijbelplaatfen ontfangen nu ook het helderst licht uit ons voorllel. — 0:is bellek gedoogt

thans alleen het een en ander aanteftippen (f). Met

welken nadruk lezen wij niet bij ezechiel(§) uit den mond der Godheid, — Ik zal den plasregen doen nederdalen in zijn tijd. Plasregens van zegen zullen 'er =;,«?. En het geboomte des velds zal zijne vrucht geven en :

land zal zijn inkom/te geven. • De onzen hebben hier

plasregen, terwijl het Hebreeuwfche woord een overvloe-

di-

(*) Matth. XIII: 5. ft) Men kan hier omtrent breeder te resx 'geraken bij harmek en paulse n. Echter zullen zij in verlcheidene opzichrm door onze ophelderingen verbeterd, kunnen woufc'i, CSJ towfdfiPkSXXVi 26, 2?.

Sluiten