Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 323 )

Wakkre kievit, ftaak uw roepen! _ kiewijt! kicwijt< dit is 't all

Zou bij ook zijn nestjen wijzen tnet dien tuimeknden val?...

't Looze meeuwtjen drijft op wiekjens, viscbjen duik! vlied weg ! 6 weêl

Plotsling valt bet meeüwtjen neder, fchreeuwend voert hij '1 viscbjcn mee.

Kille kikkers blij rikkikkren aan den oever dezer vlied,

't Is of elk zijn liefdedriften aan het zwijmend workjen biedt,

Dat met opgeblazen ooren door het kwab haat' kikker naakt,

En, op zijn rikkikkrend tieren, workkwakkwakkend hem vermaakt.

Gindfche hagelwitte zwaanen drijven prachtig naast elkaêr.

Ach! daar wordt het fpartlend vischjen 't morgenaas van lepelaarl

'tKwaakend waardjeri net de pluimen} daar beeft het een Eénd verraschU

En met duiklen en geklater elk, alwasfcbend, küsfeklascht;

En de zwaluw vangt de vliegjens, fcheerende om deze eendjens rond.

Gij 6 Zon! ó vreugdewekfter! maakt den fchoonlten morgenftond.

Wie kan uwe werking melden altijdblijde Dagvorftin ? Gij dort, door uw heldte (haaien, nieuwe vreugd en leeven in. Trede ik in dit boomrijk boschjcn, *t is, of hier elk takjen kweeltJ 't Is, of gij, o weelig boschjert! waarlijk vliegende orgels teeld. Ja, o ja, 't zijn orgelkeelenl toonen klinkt door berg en dal! — Dan,dan looven bosch en velden den Regeerer van 't heelal.

S s 2 Mosch-

Sluiten