Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 327 )

Doet uw gloed mijne oogen fcheemien, wat zal dan het godlijk licht ?....

Dekken niet de cherubijnen, voor dien gloed , hun aangezicht ? ...

Hebt ge 6 Zon 1 uw gouden flraalen van die boogfte Majefteit ?

'k Zwijm, — o God ! — op die gedagte !... Goddelijke heerlijkheid !*.

Wen gij dan , o zon! zult klimmen, dan zal ik, als 't vog!enkoora

God een hoogen lofzang zingen, dat het klink' de hemlen dooi.

Gij zult mij, door uwe flraalen, tootien, wat natuur bevat,

Als gij mij des Scheppers grootheid wijzen zult in ieder blad.

6! Hoe zal mijn ziel dan juichen !.. „God is groot! me loov' hem niet?"..'.

Wat zal ik van Englen leeren, als dit oog mijn' Vormer ziet2....

'k Voel mijn liefde voor mijn' Schepper met u rijzen, fchoone Zon I

Och! dat ik, op englentoonen, hem op aard verheffen kon .'...

Wen ik uit mijn' flaap ontwaake, zal ik in uw morgenrood,

Bij 't geluid der nacbtegaalen, juichend zingen: „ God is groot f" Ik zal God, bij uwe draaien, zien, gevoelen — welk een licht I... 'k Voel iets van der menfchen waarde, — door dit goddelijk gezicht! — 'k Zie me oneindig ver verheven boven al het reed'loos vee 1... Waren all* mijn' hairen tongen , all' die tongen zongen meé I AU' die tongen zouden zingen: „God is groot.' — dat elk hemprijzl"

6 / Wou mij een Seraf leeren 't hemellied op englenwijs /

Zóó rijst gij, o gouden zonne.' voor mij naar den hoogden trans j

Godvrucht kan alléén waardeeren uwen goddelijken glans. ■

MM-

Sluiten