Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 352 )

„ geene fprongen in de natuur; De Polvpus ver

„ bindt het groeiend met het dierlijk Rijk, de vliegende ,, lnithooren vereenigt de vogelen met de viervoetige die „ ren ; de Aap is de overgang van den mensch tot de

„ dieren. Alle fchakels van 't heelal hangen even

„ eens aan malkander, het begint met het kleinfte ftofien „ en eindigt met den verhevenften der cherubijnen dia „ voor God ftaan." . '..

deugdlief. Ik zie die gedachte door en ge¬

voel derzelver grootheid. 6 « j , H,et getuipnis van den grooten pope, door een Vaderlandsch Dichter in nederauitfche vaarzen overgebn 't moet ik hier bijvoegen. Zoo luid het: '° '

Wat waant ge o Dwaas! dat God alieen uw welzijn zocht? 't Al tot uw voedfel, pracht, vermaak en wellust wrocht? Hij fpijst, voor uwen disch, de dartelende hinde, Maar heeft, op dat zij ook haar vreugd bij 't voedfel vinde, Het groen van 't veldtapijt met bloemen gefchakccrt , De Leeuwrifc klapwiekt, Hijgt om hoog, en kwinkeleert, En lieflijk vloeit de toon der fchelle distel - vinken ; Maar is 't voor U alleen, dat deze kceltjens klinken? Keen 't gorgeltje, waar in de vreugd haar zangmaat ftelr, Dat tot zijn gaaike in min of van verrukking zwelt, Verheft met dankbaarheid den overmilden Schepper. Befchrijft gij fier van moed den trappelenden klepper, Die, prachtig opgetooid, de keurige oogen ftreelt, Weet, dat hij in tt vermaak en de eer zijns meesters deelt. Is 't zaad alleen voor U geftrooit in vruchtbre vooren ? o Neen ! 't gevogelte eischt zijn deel in 't voedzaam koren. Veel min wordt de oogst van 't jaar alleen U toegevoegt, Een deel behoort met recht den os, die 't land beploegt. Ja 't boschzwijn ploegt noch zaait, maar woed met klauw en tanden , En leeft, Aartsheerfcher, van den arbeid uwer handen.

Sluiten