Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 355 )

«raar of zij ook daarom allen tot één en dezelve bijzondere beltemmingen zouden voordgebragt zijn , — is ons nog nimmer betoogd, en zal ook door niemand immer betoogd worden. Kunnen fchepfélen van gelijke foorten en geflagten hier in niet van elkander verfcheelen? Zou in het rijk der Voorzienigheid niet eene mindere fchoonheid doordraaien, indien onder alle onderdanen van het zelve eene in allen deele volmaakte gelijkheid heerschtte? — Daar te boven. Het bellek van den Alregeerer lirekt zich uit tot in eene nimmereindende eeuwigheid. Dus kan een veelbelovend jongeling daarom vroeg fterven, ora dat hrj, hier zijn arbeid afgedaan hebbende, ter vervulling van andere beftemmingen in de wereld der geesten, geroepen wordt. Ik beken, de oogmerken van zijne betlemming op deze wereld blijven ons veeltijds onbekend; maar om dat wij het geheele plan van den Oneindigen niet doorzien, zullen wij daarom , om onze onkunde, lochenen, dat 'er wijsheid en orde in dooi»flraalen? verre weg de meeste bloefems laat de boom vallen , het mintle getal zet zich tot vruchten; kunt ge nu bewijzen, dat deze bloefems noodzakelijk vruchten moesten worden ? zijn 'er dan, behalven de algemeene oogmerken, geene bijzondere, waarom deze boom met zóó veele overvloedige bloefems voorzien wierde? Ds Natuurbefchouwers zullen 'er ons eenigen opnoemen, . Maar onderftel , wij konden hier voor geene redenen te berde brengen , zoude daar uit eene volftrekte ontkenning der bepaalde oogmerken voordvloeien? Men brenge dit over op ons geval, en men zal daar door eenig licht ontvangen.

Laat ik de bedenkingen, die hier verder zouden kunnen gemaakt worden, afzonderlijk beandwoorden.

Een mensch, zegt men, die vroeg fterft, fchijnt vruchteloos voor zich het leeven ontvangen te hebben. Dit

ontkennen wij. Een jong, veel belovend mensch heeft daarom niet vruchteloos voor zich het leeven ontvangen, om dat hij vroegtijdig fterft. 't Zij zoo , hij hadt voor ziWr zeiven van meer nut kunnen worden, indien hij langer geleefd hadde; maar daar uit volgt geenszins , dat daarom het leeven voor zich zeiven van geen nut of voordeel geweest zij. Dit korte leeven , dat hij ontfing , trok en bragthem, uit den Hand van eene bloote mogelijkheid tot dien van eene daadelijke aanwezenheid. Aanwezig wordende, wierdt hij te gelijk in ftaat gefteld,alles te ontvangen en te genieten, wat God voor de menfchen, ter openbaring en verheerlijking van zijne goedheid, beltemi hadt. Zonder Yy 2 dit

Sluiten