Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 3^4 )

zoo veele roepingen tot verbeteringen des ieevens, die zoo d-verf gewaarfchu.d is tegen bet verderf, "£ fn ondeugden hem ten laatften onfeilbaar zullen Horten, die zoo veele aandringen gehad heeft van zijn geweten, zoo veele nood.gu.gen tot geregeldheid en deugd,zoo veele middelS om z,j„ geluk hier namaals in veiligheid te ftelien, en e'l e heek kunnen befluken , om ze allen te wederftaan en te verwerpen zekerlijk moet de ftaat van zulk een menseh bijna hopeloos gerezend worden. _ Die zich zoo gedraagt wordt, door de wetten van reden en openbaring beiden van alle hope op de toekomende zaligheid uitgefloten. Want droefheid en leedwezen over de zonde is geen bekeering. £ulk eene bekeering is alleen de ware bekeering, die haare wezenlijkheid en oprechtheid doet blijken , door eenen deugdzamen wandel. Zoo een zal derhalven zich benaarjagen, om zijne voorige ongeregeldheden, zoo veel doenlijk, te herftellen , door daaden van godvrucht en gerechtigheid, en die haare echtheid en ongeveinsdheid zoo voor God, als voor de menfchen, bloot legt, door zich te onderwerpen aan de geflrengheid van een heilig leeven. Maar dit kan in bovengemelde ftervenden niet vallen, en gevolgelijk kunnen zij die hoedanigheid vanjboetvaardigen niet verkrijgen, welken wij in het euangeli zoo duidelijk aangewezen en befchreven vinden.

Verder mag men, omtrent eene doodbeds-bekeering, in duizend gevallen, billijk twijiFelen, of zij wel oprecht is.—

Uk zal mij hier alleen beroepen op uwe ervaarenis Laat

ze u herïuheren;hoe veele deugdnieten 'er geweest zijn, die door een onverwacht onheil of ziekte overvallen, de itaate. lijkfte beloften van bekeering deeden, indien God hen Hechts uit dezen nood verlosfen wilde ; God heeft hen verlost maar z,ju dezen boetvaardigen en deugdzamen, volgends Hunne belofte, geworden? — Ik bepaal u tot eenen gierenden florm, die de zee tot den bodem beroerde, en de eene baar na de andere tegen het arbeidende fchip aanfloeg De wolken renden. De golven fleegen fchuimende ten heinel Huilende wervelwinden ftortten in de zeilen. De masr«" kraakten. Het fchip flingerde, en is, van fpriet en zeilen

ba-

Sluiten