Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 392 )

herbergzame Samaritaanen met vuur uit den hemel te verdelgen!

Zoo is het zelfs wijsheid en goedheid,wanneer onze gebe. den, welke wij op dergelijke wijze doen, onverhoord blij. ven 'liggen.

Wat was 'er van ons zeiven geworden, was het ons in alle* naar onzen zin gegaan ?

God onthoudt onsfomtijds onze begeerten ten onzen beste.

Wijsheid en goedheid zal ook dan den weg des Heeren eenmaal blijkbaar kenmerken, als zijne geliefde vrienden alles anders van Hem hoopten, hoewel zij het vaakwerf niet befeffen. Wij zijn toch kortzigtige menfchen. Maar God doorziet het alles.

En indien het dan nog goedheid en wijsheid is, wanneer de Heer ons gebed ontzegt, zonder eenige aanmerkelijke vergoeding van ons verlies voor tegenwoordig ontwaar te worden, zoo veel meer behooren wij zijne deugden te roemen, als het hem behaagt, of iets anders, dat ons beter en gepaster is, in de plaats te Hellen, of op een beter en bekwaamer tijd, dan de onze was, dat geeii te verleenen, daar wij naar reikhalsden, of lang geduld te vergoeden door des te grooter en milder giften, gelijk aan sara, hanna, e l 1 s a b e th ; of ons te oefenen, te heiligen, te troosten, zonden en gebreken voor te komen, gelijk wij zien uit paulus in het boven bijgebragt geval.

Zijn 'er gebeden, welken of geheel niet, of maar ten deele, verhoord worden, het zij tot ftraf van wanbedrijven, en tot kastijding van gebreken, of wegens verzuim en flecht gebruik van de regte middelen, of om onoprechtheid in het gebed, gelijk enkele menfchen en geheele ma&tfchappijen, volken en kerken, in duizende gevallen, ja , gelijk fommigen dus zelfs om vergeving en bekeering bidden, zonder te verkrijgen: dit alles kan de eer van den hoorder des gebeds niet verdonkeren, maar fielt in tegendeel zijne heiligheid, gerechtigheid , waarheid en vastgeSelde orde, in het eerwaardigst licht. En gelijk aardfche vaders en regenten hunne goedheid met voorzichtigheid en achtbaarheid'beifuuren: veel meer de Vader en Heer, die in de hemelen is. Dit is 'er van de zaak. God is en blijft, in voile kracht, de hoorder des gebeds, en wij ontfangen altoos, wat wij van Hem bidden, als wij bidden naar zijnen vil (*). Van hier, dat de Zaligmaaker met zoo veel vertrouwen fprak der, ik wist, dat gij mij altijd hoort (f).

O 1 jfoan. V: 15, 16. Q) Joan. XI: 43.

Sluiten