Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 399 )

onzen Lezeren medetedeelen. Zoo zingt de vereerenswaardige Schrijver:

„ Hoe zeldzaam ziet men thands . dat grijsaard lesfen geven, Ter flerking van de ziel, in 't jongfte levensuur!

Geen jesus neen! —het goud is't doel waar na zij ftreeven ,

Hun hart dat niets meer wenscht, dan eeuwig hier te leeven, Is toch , hoe fchoon 't ook fchijn, een fchandvlek der natuur.

De landman, dien gij fchets , kan elk ten voorbeeld ftrekken , De jongling fpiegle zich in zijn verheven deugd, De man leer uit zijn les tot deugd zich op te wekken, En 't grijze Hoofd, dat gaarn zijn draad nog uit zag rekken , Zoek' , als die braave grijs, in jesus zijne vreugd.

Zoo zou wis ieder mensch naar zijn beftemming trachten, En wenfchen lid te zijn van jesus maatfehappij;

Men zou de vriendfehap niet, als heden, fnood verachten;

Wat hulp kon niet de mensch van zijnen naaften wachten! Men doemde , blij te moê , der zonden flavernij! "

Wij hangen aan deze vermaaning ons zegel, en wenfchen den geëerden Schrijver in zijnen zwakken toeftand, waar van hij kennis geeft, de lijdzaamheid en het vooruitzicht van onzen landman, aan wiens fterven wij nog dikwijls met verrukking gedenken mogen.

De geëerde Schrijver H S. B R. zullen wij ,

zoo veel ons doenlijk'is, genoegen geven. Zijne opgegeven onderwerpen, wel uitgewerkt zijnde , kunnen zeker nuttig en leerzaam zijn. Indien zijn Wel Eerw. eenigen mogte uitgewerkt hebben, zal ons de toezending daar van des te aangenaamer zijn.

Wij hebben dan geachte Lezers de fterklte drangredenen, om in onzen ijver te volharden, en ons werk op denzelfden voet door te zetten.

Wij, die ons geheel aan den dienst der kerke hebben toe. gewijd, poogen aan het bevel van onzen grooten Meester , predik het eu'dngeli aan alle creaturen ! naar onze

talenten te beanrjwoorden. Dikwerf hebben we

toch in het openbaar en in 't verborgen gebeden: „ O „ groote Zender 1 laat die dag, welke den kring onzer

» ver-

Sluiten