Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E V R IJ Ë GODSDIENSTVRIEND.

De itoemtn worden gezien in den lande, de zang-tiji genaakt: en de. jtetn der torteldttive wordt gehoord ia mzen lande.

H 0 O G L. II: 12.

VRIJE GEDACHTEN IN EEN* LENTE MORGEN»

De noorfche winter is met zijn heir, de fellé ftormen, naar 't kille noorden geweken, eri de Lente mét al haaf pracht en bekoorlijke gezellinnen weder in dezen oord verschenen. De bevalligheden treden met gejuich te voorfchijn ; oog en oor en hart worden door vreugde en fchoonheid vergast; alles vertoont een nieuw leven.

Terwijl ik hier in den vroegen morgenftond de zon in al haar pracht en heerlijkheid zie rijzen, en de grootheid van mijnen Schepper zing, ffijgt de Leeuwrik al zingend naar de hoogte en wekt, ais een fchelle mofgenbode , al het iluimerend gevogelte. Verfcheiden gevederde vreemdelingen Zie ik over onze akkers zweeven — maar neen, 'ï zijn geen vreemdelingen; zij zijn inboorlingen dezer gewesten , en die geduurende den kouden winter verdwenen. Zij

Sluiten