Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C H )

genoeg; het doel tot het welk zij ons brengt, is zaligheid. Fcek zijn de tegenfpoeden der rechtvaardigen, maar uit alle die redt hen de Hcere. ' Het lijden des tijds is niet te vergelijken bij de heerlijkheid die aan ons zal geopenbaard worden. Wij behooren het nu geenszins voor merktekens van godlijk misnoegen te houden, wanneer ons rampen treffen , of onheilen befpringen, want jesus zelf is door lijden geoefend, geheiligd en volmaakt, langs den weg van leed en fmart is hij ter heerlijkheid ingegaan , daar toe wil hij ons ook leiden, wanneer wij op hem zien , geduldig verdragen en ftandvastig lijden, gelijk hij, en daar door kinderlijke gehoorzaamheid en verhevene deugd leeren. Zijne rechtfchapenheid en trouw, zijne grootmoedige menfchenliefde zijn heerlijk beloond, door eene heuchlijke verrijzenis en eene luisterrijke verheerlijking. Wandelen wij flegts op den weg op welken jesus gewandeld heeft, dan zal de uitgang van denzelveu even zoo heerlijk voor ons zijn, als hij voorheen geweest is. — Hij, derhalve, die gelooft en y«n harten belijdt, dat jesus uit den dood is opgeftaan, is vrolijk en wel gemoed in leven en in fterven. Hij behoeft zich voor den dood niet bevreesd te maaken, dewijl hij na denzelven een beter en eeuwig leven kan verwachten. De dood is flegts een onderaardfche doorgang naar de eeuwigheid. Was hij wel eer, en is hij nu nog voor den godloozen een Koning der verfchrikkinge, voor den Christen is hij een heil-aanbrenger, een bode des hemels. Daar het hoofd leeft, zullen en moeten ook alle de leden leeven, Christus is de eerfteling der genen , die ontflapen zijn , en door hem zullen wij uit den flaap des doods opgewekt worden in de volheid der opftandinge.

(Het Vervolg in No. 4.)

Te Atofleldata, bij M. be BRUIJN, in 4e Warmoesftraat,

Sluiten