Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r§2)

neer men nadenkt hoe veel bijgeloof zij verraden in het fchrijven van alle godlijke aaamen. (*)

De jooden dan hebben om te beter op hun hoede te wezen , bf om fehijn aan hun gedrag te geven onder de Letters van den naam jehova de vocalen (ofpuntten) van den naam adona. gefield. — Dit heeft aanleiding gegeven, dat veele Kristenen, die het ilebreeuwsch het eerst van |ooden leerden, dien naam ook uitfpraken a don ai. Van daar die twist onder de Kristenen van vroegeren tijd over de uitfpraak van dien naam, terwijl de een voor de vocalen van jehova, de ander voor die van adonai (bij den naam jehova) pleitte, (f) — Van daar, meenen wij, zal het ook voordgefproten zijn, dat men bij de Kristenen dien naam jhhova in de vertaalingen niet heeft gebruikt. Dit is niet alleen het geval met onze Nederduitfche vertaaling. Neen! het is vrij algemeen. Wij noemen alleen ten voorbeelde de oude Latynfche, de Engelfche vertaaling en die van luther.

Dewijl 'er niemand is in onze dagen, die niet overtuigd is, dat'er geene reden dan iitgiloojis geweest, waar door men den naam jehova uit de vertaalinge van den Bijbel heeft uitgelaten. (§) — leder zal daarom met ons veroordeelen, dat men daar voor den naam heere heeft gefield: te meer, daar die naam heere eene algemeene benaaming is, welke men ook voor den naam auonai heeft gefield. Die twee naamen van God heeft men het ongelukkigfte behandeld,door den naam heere voor beide in de plaats te Hellen, daar men de andere naamen Gods nog vertaald heeft elk op eene bijzondere wijs door Jlerie God, de Almagtige en zoo al meer.

Doch het een moeten wij zoo wel als het andere veroordeelen. Alle naamen van God moest men letterlijk uitgedrukt en niet vertaald hebben. Dit heeft men gedaan met alle andere eigen naamen: maar juist de naamen van God niet. Hoe onnatuurlijk! Indien men eens met alle eigen naamen zoo gehandeld hadt, of nog handelde, wat zou 'er niet een wonderlijke verwarring uit voordkomen! ——• Men moest derhalven alle naamen Gods, gelijk men met andere eigen naamen doet, in de Overzettingen onvertaald gelaten hebben. — Wij moesten lezen adonai, el enz.

— Nie-

CO V- Mischna siiiiin h. T. lil. p. 186 - i88.

(O De hac lite trgas u iis d: Phil. Uei. nisf. XXVIjr. p. 33fi funs laudai v ab r, WAL dntiqu. p. 243. dddasf. Tumerum de quo F. mSI. Lfpp IV. fk. 198.

QO Ros. algemeen dit geweest zij, leze men bij leusdsh 4 i. XXX. p. 353.

Sluiten