Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 38)

„ bint.*' — Is het niet middagklaar, dat JehövA vati de Ark duidlijk onderfcheiden wordt? —

Eindelijk uog een bewijs! — ezechiöl befiuit zijn Boek inet deze woorden: „ En de naam der Stad zal van dien ,, dage af zijn, de jehova is aldaar." — Dierhalven wordt Jerufalem niet jehova geheten — maar de Stad wordt genoemd — jehova is aldaar.

Wij vertrouwen dan, dat gebleken is, dat geene anderert dan God, den naam jehova dragen: want hem, die je» hova en ook engel jehova heet, worden zulke eigenfchappen toegekend, welke Gode alleen eigen ziin, gelijk ïn die plaats, alwaar God dien naam uitlegt, allerduidlijks te zien is. — Hoe, zou God bij je s ai a's zich den naam jehova zoo bijzonder kunnen toeeigenen als zijnen naam, wanneer Hij zegt: ,, Ik ben jehova, dat is mijn'naam: ,, ende mijne eere zal ik genen anderen geven , nog ,, mijnen lof den gefnedene beelden." — Hoe kan h o s e a (*) dan ook zeggen: „jehova is zijn gedenknaai,. ? —

Maar (bui hier van bij deze gelegenheid ook nog iets te ïeggen.) zou de naam van jovis, welke de Latynen heb* ben, van den naam jehova oorfpronklijk zijn? Men is 1-et hier omtrend vrij eens: — Wij hechten hier aan ook ons zegef, vooral om dat men veele fpooren aantreft van bewijs, dat de Heidenen van de Jooden, of van de Oosterlingen iets ontleend hebben. — Wij voegen 'er bij, dat men zeer ongelukkig jovis gemaakt heeft tot den genttivus van jupitek. —— Jovis is dè genitivus van het verouderde Jovis, terwijl Jüpiter een geheel andere naam is, van welken alleen de nominatsvus in gebruik is en aangenomen is geworden, om de plaats te vervangen van den verlorenen nominativus Jovis. — Wij voor ons * zouden ook nog zeer twijfelen of jupiter wel gevormd is geworden van Jovis pater, gelijk men vrii eenftemmig

wil. Doch genoeg hier van. Dit bijvoegfeltjen wilden

wij alleen doen dienen, om Taalkundigen op het een en ander eens nader te doen denken.

(O Hof. XII: 6.

Te Amiteldam, bij M. de BRU1JN, in dc.Warmoesftraat/,

Sluiten