Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kennen en te laten genieten. — Zij leefden in liefde en ; vrede; de toegenegenheid, de hulp- en dienstvaardigheid j werdt door hun Patriotisme wederkeerig uitgeoefend; nies mand matigde zich eenig gezag aan over anderen. Elk :i huisvader rigtte voor zich en zijn gezin tenten of hutten • ter wooning op; terwijl de landbouw en veeteelt hun al! les verfchaften, wat hunne behoefte vorderde, zonder dat 'er eenig gefchil ontftond over het recht en eigendom wegens den bebouwden grond; om dat de ruime aarde aller I vaderland, allen gemeen was, en elk zich eene woonplaats :! verkoos naar zijn welgevallen. — Deze redenlijke aardbe) wooners, de eerfte maatfehappij uitmaakende, leefden geil lukkif , vrij en blij; allen bloedverwanten, nabeftaanden 1 en vrienden , allen gelijke rechten en pligten hebbende, i en ongenegen elkander te benadeelen, beftonden zonder dat ; iemand, of eenigen hunner, eenig bewind, beftuur of geI zag over alle de anderen hadt. Het vaderlijk gezag is zeker het oudfte en wettigfte in de wereld; dit alleen hadt bij de eerfte menfchen plaats — maar ook dit bepaalde zich maar alleen tot de hoofden der huisgezinnen omtrend I hunne onmondige kinderen. De Vader hadt geen recht I van gebieden meer over zijn manbaren zoon, en de vrij. 5 heid werdt toen eigenaardig, door haar eigen eigenfehap, gehandhaafd.

-De mensch, beftemd zijnde om in eene maatfehappij te a leeven, hadt daar toe in de eerfte wereld de natuurlijkfte 1 aanleiding. Met de vermenigvuldiging des menschlijken ge! flagts was te gelijk het roofgedierte, zoo vernielend voor hunne velden en kudden , vermeerderd. Allen klaagden over verwoefting, en allen vereenigden zich ter algemeene veiligheid. Zij omtuinden hunne velden, bewaakten hunne kudden, en werden weldra ontwaar, dat de eene Adamiet in moed, dapperheid en fterkte, ter afweering van leeuN 3 wen,

Sluiten