Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( H5 )

ment in waare menfchen herfchapen worden, of zich door de leere der vrijheid en gelijkheid laten overtuigen; indien de Engelfche Natie de rechten van den mensch eerbiedigt, aan de Franfchen en aan ons de hand van Broederfchnp toereikt, wel haast zal alle D.spotiek gezag en de gevolgen, daar door veroorzaakt, vergeven en vergeten zijn; welhaast zal de broederliefdie dezer Natiën zich gronden op den regel: doe geen ar.dei en, dan wat gij wilt, dat anderen u doen.

Een tweede regel, welken ik uit mijn onderwerp afleide, is deze: NederlandfchePatriotten moeten grooteen oprechte bemint aars der waare Vrijheid zijn, zo in het burgerlijke als in het godsdienjiige. De waare Vrijheid van een mensch, befehouwd ah Lid eener Maatfehappij, beftaat in zoo te mogen denken, fpreken, fchrijven en handelen als hij wil, mids dat de rechten zijner medeburgeren daar door niet te na gekomen worden. De waare Vrijheid van een volk beftaat in onaf hanglijk van alle andere volken te zijn, in oppermagtig te kunnen handelen, zonder dat iemand ter wereld eenigen invloed, bewind of beftuur heeft, dan dat hem door het vrije volk is opgedragen en toevertrouwd. Dit denk beeld is gegrond op het recht der Natuur. Billijkheid en rechtvaardigheid moeten de grondflagen zijn van alle de vrije handelingen der menfchen en der volken. De Vrijheid is geen grillige willekeur. De Vrijheid heeft haare grenzen; deze zijn redenlijkheid , menschlievenheid, gerechtigheid, waarheid. De Vrijheid heeft door haare wezenlijke natuur geeue ftrekking tot onheil eener Maatfehappij; zij moet integendeel regelrecht werken, en werkt uit derzelver aard ter bevoordering van het algemeene nut.

Beminnaars der waare Vrijheid kunnen geen haattijke wezens in de famenleeving zijn. Indien wij, nu de zaak der vrijheid en gelijkheid triumfeert, vervolgzuchtig beftaan jegens hen , die wij met reden als misleiden en dwaalenden befchouwen, indien wij hen de vrijheid van denken en fpreken wilden beletten, in zoo verre zij noch de Maatfehappij, •noch bijzondere perfoonen benadeelen, zouden wij blijken igeven de vrijheid niet te verftaan, en tegen den regel handelen : doe zoo aan anderen als gij wenscht dat anderen u doen. De vrije ziel, die als invidu in eene Maatfehappij keft, heeft geen denkbeeld van wraak dan die de wet vordert, zij laat alle rechtoefening over aan de Reprefentanten der Natie, welke zij het zwaard der gerechtigheid heeft aanbevolen.

Wij, als menfchen, als Nederlanders, als Kristenen , moeten ook groote beminnaars der godsdienftige vrijheid zijn.

P 2 De

Sluiten