Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( "9 )

li Maatfehappij tot nut van't Algemeen ! {"j Het heilrijk oogmerk onzer ï Maatfehappij was al te in 't ooglopende , dan dat onze gewezefle, hoe È zeer Aristokraatifche regenten dit openlijk uorken tegenwerken. Hoe ji vaak z>j nogthands getoond hebben, dat dezelve, als t ware, een ) doom in hun oog was, is genoeg bekend. Welke beierr meringen du i aan ons heeft veroorzaakt , daar ons fpreken en Ichnjven naar wettel] l en regelen, om hunnen wil gemaakt, moest gefchieden; daar de bef langrijkfte waarheden ler verlichting moesten veib ifgerj worden ; welke t eene "onderdanigheid wij moesten beioonen ; een juk zo hard als dat I eer.s dwingelands; uit vrees voor Hoornig onzer 15 jeeukomlVcii, dat I foramiee onzci Broeders, op andere plaatztn , reeds hadden onder. ) vonden, weet gij allen. Dan nu is alk vrees voor belemmeringen ; door Aristokraatisch gezag verdwenen ; maar nu ook zal onze wtrki lust en werkkragt met vernieuwden moed Inoeten herleeven, ter oei voordering van'het Nut van't alge neen , zullen wij ons waardige 1 eden I dezer Maatfehappij betoonen. Konden wij voorheen» ter verlichting i en belchaaving' van den gemeenen Man, naar het hoolddoel onzer I ftiebting, niets uitwerken, waar toe de invloed onzer Regeerers noo(, di^ ware, daar die wezens geen ander dan verfoeilijk eigenbelang ken} den ; thands zijn onze ReprejenUntcn geen Despoten noch Ansto'rai ten, maar onze Medeburgers eri Rmgervaders; bun belang ls ons bes: lang, ons belang is hun belang, de welvaard van het Vaderland ons 1 allee eenig doel. Wérken wij nu tot herftellmg en veiberering der zeil den in Nederland , en om alle onkundige Schoolmeesters , door t adelijke jonkers , of Heeren van Marquette , van Veere en VlisfinI Pen &c aangefteld, tot den Landbouw te verwijzen en braave longe: linden tot Schoolmeesters in hunne plaatzen te vormen ; zij zullen met i ons medewerken; zij zullen ons ue behulpzame band bieden; alle i onze meiischhevende poogingen onderfteunen en bevoorderen.

Wel aan dan , mijne Broeders I laat ons de gewigtige Les : doe zo aan enderen als gif wijt dat anderen u doen; doe nimmer anderen kjden wat gij niet genegen zoudt zijn te verdragen ; als Leden dezer Maatlchappij, ten opzigte van onze onkundige, onverlichte en minvermogende me-

' demenfehen, zoo veel in ons is, betrachten I Laat ons Predikers zijn

I van de Leere der Vrijheid cn Gelijkheid, veikondigcrs der Rechten

I van den Mensch. Laten wij de Vaderbr.dlche deugden, eerlijkheid,

I oprechtheid , ccnvouwightid, inilddaadigheid en tevens dapperheid,

J zo eenig vijand onzen Vadcrlandfcl.en bodem dtnft betreden, door cm.

I ze redenen en door ons vooibeeld leeren. Dan zullen wij ons vrije

■1 Menfchen, waardige Nederlanders, braave Patuotten betoonen; dan

li zal ons Vaderland' herircld worden , ten oogappel van vrije Vrienden »

§ tn tot 1'clirik der dwingelanden zijn.

Triumfl de Vrijheid is herboren !

Wil zien liaar reeds met lui. ter glooren l

Zij zeg viert met grooljcie pracht! Triümf! dr mensch btfehouwt zijn waarde, De duisternis., die om hem waarde,

Verdwijnt in tenen donkren nagt.

Tiiumfl

Cj Deze Redevoering is uitgefprok»n in eene Deparremenifvergadering der Maatfehappij tot nul van 't Algemeen.

Sluiten