Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C n6 )

Wige vreugde : met jesus vereenigd, leeft hij, al is het dat bii fiert.. Dit is zijn troostwoord . mijn jesus leeft, ooit ik — ook ik zal leeven. Zoude 'er dan ook nog eenige vieeze voor den dood bii den Kristen overblijven,daar de dood, als de laatfte vijand, ligt temeer geveld? kristus heeft hem overwonnen en alle magt In geweld ontnomen, de dood is verflonden tot overwinning, hij is voor eeuwig van zijne kragt beroofd, hij is voor eeuwig oveiwonnen.

Eaien zij vreezen, die geene hoop, geene verwachting hebben. De Kristen blijit onwankelbaar en ftandvasiia — -geheel vertrouwen Ziin oog houdi hij gevestigd op de zekere roekomst en Eeuwigheid, terwijl Iin zich reeds voorlang met den dood heeft bekend gemaakt. De dood kome dan, heden of morgen hij is bereid. tJe felle (li-, des doods moge hem, m eenige opzigten, vlugtige fmarten veröorzaaken, doch berekent hij ze niet tegen de groote vreugde van een veel beter en gelukkiger leven ? — Dit doet hem de fmarten des doods nie' gevo-len en voor mee achttn. Dit klein verlies, door den dood ondergaan is een enkel niet tegen onbefchrijflijke voordeden. Niets wezenlijks verliest bij in den dood , bereid om alles gaaine op re offeren aan waare wezenlijke goederen, aan eene nooit eindigende gelukzaligheid. Ilil verhest flegts een niétig deel: zijn ik — de waare en eigenlijke mensch fterft met. Hij houdt wel op zigtbaar onder de zijnen hier ie yerkeeren , en verlaat als aardeling de wereld om een gelukkig hemeling re worden. De aarde en het lumber graf, de flaapkamer des doods mogen zijn overgeblecven rif en koud gebeente voor eenen tiid lantt bewaaren; voor eeuwig echter kunnen zij dit sis een erfgoed niet behouden Eens moeten zij alles op den wenk des Almagtigen uitleveren Wi) weten, 20 leert de Apostel paulus 2 Kor. V: t. dat, wanneer ons aardfche huis dezes tabernakels gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwiS in de hc melen, ja de toekomftige wereld zal du tcbijnverlies oneindig rijkelijk veigoeden, terwuj de zaligheid, de hemelfche geneugten en eeuwige vreugde op hem wachten. Reikhalzende verwacht hem het bemelsch gezelfchap in de wooningen der verheerlijkten, daar God is en alrijd zijn zal alles in allen. Daar zullen de zaligen voor God* aapoczigt (taan en den Heere eeuwig loven en danken. Daar zullen zij, onder het bezit en genot van zaligheden , beftendig vatbaareren meer bekwaam gemaakt worden tot vernieuwde en meerdere genietingen , om van de ééne volkomenheid uit de andere opklimmende, eeuwig de volheid van godlijke vreugde te fmaaken , verzadiging en lieflijkheden onophoudelijk re ondervinden. Verzekerd zijnde, dat noch dood noch leven , noch Engelen, noch Overheden, noch magten ,noch tegenwoordige noch toekomende dingen, noen hoogte, noch diepte, noch eenig ander fchepfel hen zal kunnen Icheiden van de liefde Gods in k ris tos jesus bunnen Heere (*)■ Geen wonder' dan zullen zij beftendig in Gods tegenwoordigheid ziin, en voor hem (taan hem ziende van aangezigt tot aangezet.,Nu mogen zij wereld, zoude, dood en hel tartende, vrij en blijmoedig zeggen: (t) de dood is verflonden tot overwinning. Dood! waar is uw prikkel! hel! waar is uwe overwinning? De pikkel des doodt is de zoute, en de kragt der zonde is de wet; maarGode zij dank, die ons de overwinning geeft door jesus kristus onzen Heers,

Wij bedanken den Zender voor dit fhikien en verzoeken hem , om

meer dergelijke alleen moeten wij hem zeggen : dat wij meer

voor hei gevoelen zijn van hun, die Hellen dat óns levenskiemtjen

zich zal ontwikkelen ook zoude wij de aangehaalde plaats, uit

het boek jobs, niet van de opftandina der hchnamen verftaan 1 doch in de groote zaak zijn wij het met den Schnjver eens: wij zièU eef herleeven — eeuwig leeven I

O Rom. VIII-. 38, 39. (Y) 1 Kor. XV: 54 57.

Te AmiUldam, bij M. ua ÜRU1JN, in Ue Warnioesftiatt. "

Sluiten