Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 13» )

De Egyptifché" Koning vond zich wegens een* zeldfamen en hem bijgebieven droom verlegen - men zond om josef, als een voornaam droomuitlegger, door een van 's Konings Ambtenaaren voorheen met hem gevangen, daar voor bekend gemaakt. Hij lag den droom uit ,• welke de voorfpellihg behelsde, eer>t van eenen zevenjaarigen overvloed, vervolgends van eene zevenjaarige ichaarsheid, en de Koning nam genoegen in het plan, door Hem tot behoud van Egyptes inwooneren en ten voordeele dezes Lands voorgefteld. De Koning gaf hem volkomeue magt, om alles te doen, wat hij daar toe zou nodig oordeelen; hij werdt behalven opperfte Opziener over de Egyptifché Koommagazijnen, opper-Regent van het geheele Rijk, naast den Koning, de Man, aan wien de Koning alles toebetrouwde.

In dezen ftaat bevond Hij zich, toen zijne Broeders in het eerfte der zeven magere jaaren, of het eerfte jaar van den algemeenen hongersnood, in Egypte en de omgelegen landen , in dat land, ter inkoop van koorn, zich bij hem aanmeldeden.

Zo dra zij voor hem verfchenen, kende hij hen; doch zij herkenden in den opper-Regent van Egypte, geensfms den Broeder, door hen, onaangezien zijne traanen en gefmeek, voor ruim twintig jaaren (*) aan de Midianitifche Karavane van Slaavenhandelaaren verkogt.

Dewijl josef zijne Broeders terftond kende, befloot hij met hen te handelen, op eene wijze, die hen zijne ontdekking aan hun, ( welke hij zeker aanftonds voornam ) kon aangenaam rnaaken, en welke hen dezelve voor eene gelukkige omftandigheid kon doen rekenen; die Hem hunne tegenwoordige denkwijze ook kon aan den dag leggen, en hem verzekeren aangaande het lot en den toeltand van zijnen Vader en zijnen eigenen Broeder benjamin.

Hij fprak met htm door eenen Tolk , als of hij hunne taal in het geheel niet verftond; en om geheel het voorkomen van eenen Egyptenaar te hebben. Inmiddels verftond hij alles, wat zij onder elkander fpraken, en vernam dus, zonder dat zij het bemerkten, de verwijting, welke zij zich onderling deeden, wegens hunne handelwijs, voorheen met hunnen Broeder josef gehouden.

Hij fchijnt hen te hebben willen doen gevoelen, wat zij gedaan hadden, toen zij hem voor Slaaf verkogttn: en dus

brengt

O Vergelijk lilienthai. VII. D. bl. 278 en 280.

Sluiten