Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C h8 )

Voorwaar Kristenen! dat is de verhevenheid van het Kris? tcndom — daar in overtreft de Kristelijke deugd inzonderheid de natuurlijke neiging van het hart, of de gevolgen van temperament of geaardheid , dat zij tegen den opbruifchenden droom der woelende hartstogten aan den beledigden vijand te geraoete fnelt en hem den vredeolijf aanbiedt.

Het is een gebod van den dichter van het Kristendom hebt uwe vijanden lief, zegent hen, die u vervloeken , enz, en hij gaf onder andere voorfchriften tot een gebed aan God ock dit ten regel, vergeef ons onze fchulden gelijk wij vergeven onzen ffhuldcnaaren — en , als met terugwijzing pp dezen regel, voegde hij bij dezelve gelegenheid daar bij: J-Vant indim gij den menfchen hunne mis daaden vergeeft, zo zal uwe hemelfche Vader u vergeven — maar indien gij den menfchen hunne misdaaden niet vergeeft, zo zal pok uw Vader uwe misdaaden niet vergeven. (?) Dit, kon josef doen — zijne ziel was groormoedig genoeg, pm ontvangen verongelijkingen en beledigingen geheel te vergeten, — Hij hadt nooit toegelaten , dat verbittering en wraak de plaats van het zachte gevoel der menschlievendheid en der medelijdenheid met 's naastens gebreken innamen. — Dit kon de godlijke jesus doen — met eene onverdoorbare gerustheid en vastheid van geest kon hij alle verwijtingen, mishandelingen, dagen, hoon en fmart verdragen —r en, aan het kruis, om daaraan den dood te ondergaan, gehegt — badt hij, ten beste zijner moordenaaren — ja, die jesus heeft ons een voorbeeld nagelaten , op dat wij zijne voetdappen zouden volgen. -— Zijne voorfchriften, die het beste tegengift, bevatten tegen alle verbittering en wraak, behporen aan de geduurige betrachting van alle Kru ften.n toegewijd te zijn. Zij behooren van hunnen grootmoedigen, zachtaardigen en altijdgeduldigen meester goedertierenheid, toegevendheid, verdraagzaamheid, zachtmoedig, heid en lijdzaamheid te leeren, op dat zij dus in de meeste volkomenheid menschlievend mogen zijn.

Laat ons, waarde Medekristenen! die fchitterende voorbed-

C) HftUth, VI: 14, 15.

Sluiten