Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(154 )

elders te vergeefsch zoeken. — 't Euangelie immers boezemt ons den hoogften eerbied in voor het Opperwezen",, en te gelijkertijd een recbtmatigen haat . en afkeer tegen de zonde: het tracht ons, met een vuurige drift te vervullen tot alles, wat goed en heilig is. — Op de betrachting daar van dringt het aan, door hetzelv; voorteftellen als overé'en-

komftig met de hooge beftemming onzer Natuur als ons

wegens onze redeniijkheid welvoegelij kheid en als onzen pligt, uit hoofde van ontelbare zegeningen met dewelken de Algoedheid ons bij aanhoudendheid bedeelt.

Het Euangelie fcherpt ons op eene klaare wijze de vuurigfte liefde in jegens God, — het leert onsj dat wij hem moeten denen, met geheel ons hart, met alle onze vermogens en met alle onze kragten. Mogten de menfchen zich verbeelden, dat zij zich eenige gedaante van God moesten voorftellen, zouden zij hem behoorlijk dienen en verceren? Het Euangelie verbiedt dit ten kragtigfte en zegt ten duidelijkfte, dat men God moet aanbidden in geest en waarheid. Het beveelt den openbaren Eeredienst aan de Godheid zeer eenvouwig aanteleggen: het eischt vooral Godsdienst in het hart, en dat men altijd met eene heilige vrees zal wandelen voor de aldoorziende oogen der Godheid. — Zoo verlicht het Euangelie onmiddelijk het hart en houdt zich niet op met een reeks van uitwendige Godsdienst pligten voor te fchrijven, waar in het raak niet, fmaak niet, roer niet aan dat onrein is: wasch u, reinig u, — met de grootfte omzigtigheid moest in acht genomen worden: gelijk dit het geval was der Godsdienftige inrigtingen van moses.

Boven alles is de duisternis voorbij en fchijnt het waarachtige licht nu, door de lesfen van het Euangelie nopens bét gedrag, 't welk men behoort te houden omtrend zijne Mede-

men»

Sluiten